Posts Tagged ‘roken’

Slaughterhouse I: Labia minora

oktober 16, 2008

Dweezel en The Dog kijken soms wel eens naar WijfTV – allebei bekennend, met ietwat schaamrood op de wangen, dat ze zware suckers zijn voor de woensdagavondfilms aldaar – en enkele dagen geleden hebben we, in een ogenblik van verstandsverbijstering, gekeken naar “De perfecte vagina”. Vrouwen hebben blijkbaar dezelfde frustraties als mannen, maar dan omgekeerd: mannen vinden hun ding te klein, vrouwen vinden hun kleine lipjes te groot. Eén enkele chirurg in dat programma krijgt zo’n 15 à 20 meisjes en vrouwen per maand over de vloer om hun labia minora te laten, euh, fileren. Het is de snelst groeiende tak in de cosmetische chirurgie van de afgelopen vijf jaar.

Huh!?

Beste vrouwen, of ze nu groot zijn of klein, gefrommeld zijn of niet, ze zijn van u en ze zijn mooi. Laat u niet wijsmaken door neanderthalers dat ze niet voldoen aan hun eisen en als ze dat dan toch pogen, zeg dan maar dat hun ding *absoluut* niet voldoet aan uw eisen. Ga niet gebukt onder de fake normen van grote borsten, platte buik, godinnenbillen en nu ook nog – god forbid – de perfecte vagina. Als iemand van u houdt, dan is ze voor hem normaliter de perfectie zelve. Voor u zou ze dat ook moeten zijn.

Tenzij uw grote kleine lipjes natuurlijk uw leven in de weg staan en de frustraties zo diep in de krochten van uw ziel gevlochten zijn dat er geen andere uitweg is. Dan hebt u alle begrip van de wereld als u het mes er laat in zetten. Plaatselijke narcose. Een kwartiertje werk. Een paar dagen zwaar afzien, dan nog enkele weken gewoon afzien en klaar is Kees. Of gereed is Gertrude.

Na het bekijken van dat programma dronken Dweezel en The Dog elk een Duveltje, rookten allebei een sigaret en gingen nogal redelijk numb gaan slapen. Er kwamen gelukkig geen scalpels aan hun dromen te pas, ook geen labia minora en evenmin perfecte vagina’s. No pussy, but sweet oblivion nonetheless 🙂

Advertenties

Fucking and how to pronounce it

september 15, 2008

Conversatie van Dweezel met een 15-jarige tegenspeler in heren enkel, op een tornooi, vele jaren geleden:

“FOK!”
“Da’s de gebiedende wijs van fokken!”
“Wa?”
“Allez, zeg eens fuck, met een doffe ‘u'”
“FOK!”
“Maar neen, zeg het zoals het hoort!” (zegt het voor)
“FAK!”
*zucht*
“Allez vooruit, zeg eens suck?”
“SOK!”

Ik ga niet beweren dat ik me niet schuldig maak aan een af en toe welgeplaatste “Fuck!”, maar ik probeer het toch zo beperkt mogelijk te houden. Vermits ik 39 ben en dus kan spreken van “de jeugd van tegenwoordig”, zeg ik bij deze dat de jeugd van tegenwoordig met de meest onwaarschijnlijke uitspraken en vloeken naar huis komt, bij voorkeur in het Engels. Toegegeven, die puber waar ik tegen speelde was “al” 15, maar een jaar of drie geleden, hij zat in de laatste kleuterklas, zat Dweezel Junior in zijn bad en antwoordde hij op mijn vraag “Vergeet je je tanden niet te poetsen?” out of nowhere “Fuck you bitch”. Hij vond dat zelf bijzonder grappig, maar het werd ijzig stil in de badkamer toen bleek dat papa dat helemààl niet grappig vond. De conversatie, of eerder monoloog, die daarop volgde heeft er voor gezorgd dat er nooit meer iets gelijkaardigs is uitgekomen. Dweezel weet dat hij moet letten op wat hij zegt in het bijzijn van Junior, maar toch gebeurt dat niet altijd. Ik besef dat enkel het eerste woord blijft hangen van uitspraken als “Verdomme die broek was net gewassen!” als Dweezel Junior in het vers gemaaide gras aantoont dat op de knieën slieren heel goed gaat. Als hij dan toch een ondoordachte vloek moet horen, heb ik liever dat het is in zijn moedertaal.

Deze post is geproduceerd net na het aanhoren van een compleet oninteressant verhaal, tijdens een rookbreak, van een Franstalige collega en u kan dus begrijpen dat The Dog nogal aan het blaffen was: hoe Franstaligen “fuck” zeggen is nog een ander paar mouwen, quoi 🙂

Slijm

september 14, 2008

Zondagochtend. Zon. Nieuwe van Kings of Leon net gebrand en lekker luid, terwijl Dweezel Junior “over den draad” is, wat evenveel betekent als “gaan spelen bij de buurmeisjes”. Buren links zijn aan het vechtscheiden, buren rechts zijn aan het EOT-en en voor de kinderen lijkt dit wel allemaal als normaal. Ik was de eerste van de drie, bezweken onder het virus dat is gestart aan het begin van de straat en nu misschien wel steeds verder oprukt – nog een paar jaar en de hele straat is gescheiden?

Dweezel op zondagochtend, dat is bijna rillend genietend van drie koffies, gezet met het het espressomachien dat hij heeft gekregen voor zijn verjaardag. Illy, Lavazza of Segafredo. Of ook wel Koffiekan (enkel verkrijgbaar bij bakkers, maar lèkker). Gestoomde melk. Eén klontje suiker. Vers gerolde Samson. Dweezel zit nu nog in zijn hoofd met de film die hij gisteren heeft gezien, “A Mighty Heart”, bonechilling en A. Jolie blijkt naast de halve wereld te adopteren toch te kunnen acteren. Een aanrader.

De slakkensporen op het ochtendterras zijn al opgedroogd en verdwenen, die op het avondterras zijn nog zichtbaar. Dweezel Junior houdt van slakken: weer of geen weer, hij bouwt altijd slakkenkastelen met ganse slierten klimop en onkruid met kluit en al. Al dat groen wordt op de tuintafel gedeponeerd en dan gaat hij op slakkenjacht. Huisjesslakken. Na een halfuurtje of zo zitten er zowat vijftig tussen de klimop en het onkruid op de tuintafel. En dan gaat hij er bij zitten, op een tuinstoel en begint hij tegen al die slakken te praten. Hij is er begot lief tegen: slakken die dreigen naar de voor hen onmetelijke diepte te tuimelen, worden voorzichtig weer middenin het kasteel geplaatst met de boodschap “slakje, je moet oppassen hé”. Slimy fuckers.

Dweezel weet het, hij is een beetje huiselijke posts aan het schrijven. Dat mag ook wel even, The Dog is niet aan het grommen, die ligt eerder met de poten in de lucht te slapen en laat Dweezel langzaam ontwaken met een beetje hulp van zijn verslavingen, een luxe die vanaf morgen weer wordt genekt. Maar, oh yes, volgend weekend heeft Dweezel een verlengd weekend, vier dagen, waarvan één dag studiowerk en blijft hij dus vier dagen vrij van vergaderingen, projectplanningen en, bovenal, files.

Terwijl Dweezel de vrucht zijner lendenen hoort joelen bij de buren, gaat hij wat junkfood for the brain nuttigen (Stone Cold van Baldacci) op zijn ochtendterras. Mét een koffie en een sigaret.

En voor diegenen die dachten dat ik zou schrijven over de nacht met Het Lief: you wankers! 🙂

Filevermaak

september 10, 2008

Elke ochtend van elke werkweek. Op maandag, woensdag en vrijdag het vagevuur, op dinsdag en donderdag de hel. Niet dat ik me het zo zwaar aantrek hoor in mijn leren salon, koffiemok bij de hand en af en toe een sigaret – ja, fanatiekelingen, ik rook! En zelfs in de auto! – maar soms kan ik me wel mateloos ergeren. Deze ochtend bijvoorbeeld: rustig voortkabbelend op het derde baanvak aan 60km/u, op een bescheiden 10 meter of zo van mijn voorligger, in wat men noemt een accordeonfile. Rijden, stoppen, rijden, stoppen. En op 2cm achter mij zo’n BMW met achter het stuur een gezonnebrilde, uitvoerig geföhnde, zonnebankbruine, kijk-eens-naar-mij-wat-ben-ik-toch-ongelooflijk broekventje. Met zo’n melksnorreke, onaangeroerd sinds de eerste haartjes verschenen. Aan het flikkeren met zijn lichten, zwaar obsceen gestikulerend. Dweezel, immer de rust zelve (yeah, right), placht dan wel eens The Dog in zichzelf voelen grommen. De nacho achter mij – ik weet niet waarom, maar dat type macho’s doet me altijd denken aan nacho’s – besluit dan maar mij rechts in te halen, met als gevolg dat hij op zijn remmen moet gaan staan omdat hij over het hoofd had gezien dat er schuin voor mij, op het tweede baanvak, ook iemand reed. Zo’n Suzuki’tje op vier fietsbanden. Ik passeerde de nacho en glimlachte vriendelijk als antwoord op zijn opgestoken middenvinger en hij schoof weer in achter mij. Bij zijn volgende poging om me rechts in te halen was hij zo woest naar mij aan het gebaren, dat hij glad in het gat reed van datzelfde Suzuki’tje. Lap, onmiddellijk alles blok, ik ook. De nacho vliegt uit zijn voiture en loopt wild roepend naar de bestuurderskant van de onfortuinlijke in wiens gat hij had gereden en bonkt razend op de ruit. De deur gaat langzaam open en ik zie voeten in gigantische rieten slippers het wegdek raken, gevolgd door gejeansde benen met een omvang van mijn middel. Dan een torso om u tegen te zeggen, armen als bomen in een hyperstrak t-shirtje, en een kop van jewelste. Zo een kóp, weet u wel, lijkend op een machtig wapen dat door alles heen kan geramd worden. Nacho werd wat bleekjes en keek even later pijnlijk grimassend naar boven in de neusgaten van de bestuurder van de Suzuki (het raadsel van hoe die man daarin kon blijft tot op heden onopgelost). Ik was ondertussen ook uitgestapt en was dicht genoeg om de boom te horen vragen: “U zei?” Bleke Nacho keerde zich dan tegen mij (ik zal u zijn verwoording besparen, de voortplantingsorganen des mans en de voortplantingsdaad op zich kwamen er veelvuldig in voor), zonder resultaat, want andere chauffeurs waren evenzeer getuige geweest van zijn irritant gedrag. Politie er bij en, om een lang verhaal kort te maken, nacho’s BMW was niet verzekerd en nacho had geen rijbewijs… Lichtjes stomend uit zijn oren, nogal rood aangelopen, okselvijvervormend was hij getuige van hoe zijn voiture op de pechstrook werd geduwd… En Dweezel wuifde glimlachend vaarwel, The Dog in zich lichtjes aan het strelen tot het grommen ophield.

De file? Eén en al plezier, ik zweer het u.