Archive for the ‘Werkwereld’ Category

Ah! Juist! De blog!

april 21, 2010

Dweezel and The Dog wisten zelfs niet eens meer dat ze zoiets als een blog hadden, tot een mail binnenfloepte dat er een commentaar te modereren viel. Tiens. Iemand die naar de persoonlijke email informeerde van één van de lezeressen van de blog. Wij doen daar niet aan mee, wat ook de reden mag zijn, zelfs als het gaat, zoals in dit geval wordt beweerd, over stalking via Het Fenomeen. Dus, beste lezers – als die er nog zijn – u bent hier veilig.

Even een korte update? Allez vooruit, in een rapke.

De veertig gepasseerd. Stop. Bijna twee jaar samen met Het Lief. Stop. Het Lief is nog steeds magnifiek. Stop. Huis verkocht en nieuw huis gekocht. Stop. Middenin de velden. Stop. Dweezel, The Dog, Het Lief en Dweezel Junior wonen in een caravan. Stop. Omdat ze dat nieuwe huis gaan slopen en een nieuw huis gaan bouwen. Stop. Wreed groen en al. Stop. Houtskelet, warmtepomp, vloerverwarming, zonneboiler en zonnepanelen. Stop. De caravan was koud in februari. Stop. Het Bedrijf doet niet de minste moeite om Dweezel dichter bij huis te plaatsen. Stop. Fuckers. Stop. Bijgevolg zijn Dweezel en in mindere mate The Dog zelf op zoek. Stop. Want nu zijn we in totaal vier uur op weg naar en van het werk. Stop. Niet te doen. Stop. Gravatarke aangemaakt. Stop. Bovenal wreed gelukkig en content. Stop. Conclusie: sommige dingen veranderen nooit, al de rest wel. Final Stop.

In eventuele volgende posts zullen de telegramonderwerpen wat verder uitgediept worden. Sporadisch gewijs. We beloven echter niks – niet dat u daar om maalt natuurlijk.

Dure van buiten

december 15, 2008

Zoals zapnimf een tijdje geleden in één van haar comments bemerkte, jawel, ik ben zo een dure van buiten, ’t is te zeggen een externe. Zo’n konijn dat springen moet als ze intern geen slachtoffers vinden om een bepaalde functie uit te oefenen, een consultant die wordt verhuurd door mijn werkgever. Een soort leasingkonijn, they say jump and I say how high gedurende drie maanden, zes maanden, een jaar, maakt niet uit.

Eén van de nadelen van zo’n job uit te oefenen is dat er nauwkeurig moet gelaveerd worden tussen dones and not dones in de consultantwereld. Zo moet je bijvoorbeeld de naam van je eigen werkgever hoog dragen en mag je geen interne mish mash van daaruit laten overvloeien naar je tijdelijke werkgever, terwijl je bij je tijdelijke werkgever indien mogelijk vacatures moet vinden om eigen consultant-collega’s binnen te halen. Dat gaat op zich vrij gemakkelijk, op voorwaarde dat de relatie met je tijdelijke werkgever optimaal is. In mijn geval was dat zo tot een maand of drie geleden, toen er hier iets gebeurde dat als tijdelijke werkgever eigenlijk not done is: vragen of ondergetekende eventueel zou interesse hebben om vast op de payroll te komen, met vijfhonderd neuro’s opslag en een nog dikkere voiture. Gevolgd door de vraag om dat niet te zeggen aan mijn eigen werkgever.

Ja hallo, ’t zal wel wezen zeker. Niets zeggen aan mijn werkgever? Ik ben nogal wreed loyaal naar mijn werkgever toe, want die hebben in mij geloofd op een ogenblik dat ik dat zelf niet deed, dus ik heb de volgende dag in geuren en kleuren verteld welk voorstel ik had gekregen en, vaneigens, dat het mij geen ene zak interesseerde om vast op de payroll te komen bij mijn tijdelijke werkgever, hoe aanlokkelijk het voorstel ook was. De job an sich interesseert me niet, het complete scheef lopen van de communicatie ligt me niet, het tempo waar dingen mee vooruit gaan is veel te traag en of je nu drie uur in de file zit in een dikke voiture of in een obese voiture maakt geen verschil. Gevolg: mijn werkgever is geen appeltje gaan schillen, neen, maar een hele appelboom gaan vellen met mijn tijdelijke werkgever. Gevolg daarvan: Dweezel en The Dog worden door zekere individuen binnen de tijdelijke werkgever serieus tegengewerkt. “Aaah ge wilt hier niet vast komen werken? Awel, dan zullen we uw laatste maanden serieus lastig maken.”

En dàt, beste mensen, is één van de vele voordelen van consultant zijn: die tegenwerking raakt mijn kouwe kleren niet, want eind januari ben ik hier schuif, op naar een nieuw bedrijf met nieuwe horizonten. Het eerste interview is achter de rug en was steengoed, nu nog met het absolute opperhoofd daar gaan babbelen en dan wordt de beslissing genomen. Die job zou mij wel eens op het vege lijf kunnen geschreven zijn: ik ben zo het soort mens dat iets kent over veel, maar niet veel over één specifiek iets. Een generalist als het ware en dat heeft me lange tijd gefrustreerd, maar nu zou ik in een job vallen waar ik proof of concepts mag doen, dingen uitvissen, ditjes en datjes onderzoeken tot op het punt dat de specialisten het kunnen overnemen. Ik moet dus de voorzet geven en anderen mogen de goal maken. I like. Waarom? ICT is een saaie wereld en in die wereld kan ik me niet lang op hetzelfde concentreren. Allez, ik kan dat wel, maar als het moet dan is het tegen mijn zin. In een vorig leven heb ik eens enkele maanden in een R&D cel gezeten en dat waren de leukste job-maanden in mijn carrière. En die nieuwe job, wel, dat is voor lange termijn, dus Dweezel en The Dog zien dat zwaar zitten. Het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten en goed en wel dood is, I know, de kogel heeft de kerk nog niet volledig aan gruzelmenten geschoten, maar het is alleszins wel leuk om naar uit te kijken. En het is niet in Brussel, oh my god 🙂

Geek affinity?

december 4, 2008

Misschien pas ik echt wel niet in de professionele wereld waarin ik vertoef… The Dog alleszins niet, zoveel is zeker, maar nu begint Dweezel toch ook hard te twijfelen. How come? Door het bekijken van het filmpje van het laatste bedrijfsevent. Eén van de onderdelen was, per groep van tien, de eerste salsa pasjes aan te leren. De geeks waarmee de IT-wereld is bezaaid gaan, natuurlijk, in pak en das naar zo’n feest (uitzondering: ondergetekende), zijn netjes kortgeknipt (uitzondering: ondergetekende) en gedragen zich o zo professioneel (uitzondering: ondergetekende). Ziet u het al voor u? Zo’n bende en salsa? Op zich een leuke challenge natuurlijk met compleet ritmegestoorde mannen en zéker als het slachtoffer dat ons die pasjes moest aanleren een, euh, welgevormde jonge vrouw bleek te zijn, gekleed in een weinig verhullend niemendalletje. Onnozel gegiechel troef en op dat filmpje zijn alle blikken duidelijk gefocust op iets helemaal anders dan de pasjes. Héél professioneel… en de vrouw in kwestie was hét onderwerp van de rest van de avond in bewoordingen die, euh, niet van de poes waren. Ik krijg dan steevast zo’n wrang gevoel, zoiets van “kunnen die nu echt over niks anders praten dan over hun werk of over mooie vrouwen”? Nu, als je op het jaarlijks bedrijfsfeest bent mét partner, kan je sommige van die mannen wel begrijpen, maar toch… Ongetwijfeld zijn ze stuk voor stuk goed in hun job, daar niet van, maar daarbuiten merk je geen spatje empathie, charme, respect of originaliteit op. O ja, Dweezel en The Dog moesten daar ook bas spelen en de eerste vijf vragen er na waren allemaal variatie op: “uw gitaar heeft maar vier snaren, dat zijn er normaal gezien toch meer? Of was ’t één van in de solden?” Woehahahaha, lachen geblazen! Dweezel, rustig, antwoordde dan elke keer dat hij al blij was dat sommigen wisten dat het een soort gitaar was en dat een ‘gewone’ gitaar meer snaren heeft dan vier. Dé joke van de avond, dat en het feit dat ik was ingedeeld bij het roze team. Ik werd gebombardeerd tot gitaar-met-vier-snaren-spelende-homo, door quasi iedereen als grap bedoeld, maar door één complete etter niet. Te pas en ten onpas moest hij daar mee op de proppen komen, tot absoluut vervelens toe. Surreëel, die avond: een ‘gewone’ bas heeft vier snaren, ik ben een oer-hetero, ik heb in mijn vriendenkring enkele echte homo’s – zelfs het cliché type – en ik zit daar in een bende van ongeveer veertig geeks waar ik geen enkele, maar dan ook geen enkele affiniteit mee heb. Het was alsof ik er niet was, het was alsof ik keek naar mezelf van ergens anders, way up cloud nine, maar The Dog gromde dat het een lieve lust was…

Let op, ik scheer niet alle IT-ers over dezelfde kam, helemaal niet. Ik heb enkele vrienden uit die wereld die wél een mening hebben, die wél kunnen schrijven (bijvoorbeeld het proza van Coltrui) en niet over niks anders dan hun werk of vrouwen kunnen praten. Zij beheersen de kunst van in die wereld te vertoeven en zich niet te enerveren in de complete oppervlakkigheid en de onbestaande emotionele quotiënten van de mede-bewoners. Zij doen hun job bovendien graag en daar heb ik alle respect voor. Misschien ben ik gewoon te moeilijk? Of misschien ben ik wel de etter? Op elk nieuw intake gesprek bij elk nieuw bedrijf kan ik me verkopen als de beste, praat ik hun taal en draag ik een pak en een das en steevast, eens ik een maand in die nieuwe functie zit, vraag ik me af waarom ik me die job nu weer heb ingezwanst want het interesseert me, in se, geen flikker. It’s a job, het is goed betaald, ik heb een dikke voiture, ja. Het échte leven en echte voldoening heb ik elders gevonden en ik denk dat professionele voldoening me altijd vreemd zal blijven zolang ik in dezelfde branche blijf werken.

It could be worse, right? Eigenlijk ben ik intens gelukkig en bezorgt thuiskomen bij Het Lief mij een instant cloud ten ervaring. Dàt, beste mensen, doet al mijn frustraties over banaliteiten zoals mijn werk, verdwijnen als sneeuw voor de zon en ik smelt met veel plezier mee.

Om het met Chic (die van Le Freak) te zeggen: “yawza, yawza, yawza“. 🙂

Wit kolleke voor kerst? Naah!

november 18, 2008

Ha! Al die eensgezinde reacties op onze vorige post! Wreed plezant vinden we dat.

Koud. Miezeren. File. Het was weer van dat deze ochtend. Achter mij een asshole met een blauw gestreept hemd met zo’n effen wit kolleke: ik weet niet wat u daarvan vindt, maar ik vind dat dus – om het deftig uit te drukken – serieus fout. En hij had een donkere zonnebril aan, om 7u54. In welke tijdzone hij leefde weet ik niet, maar in de onze was het wel degelijk nog donker. En plakken in mijn gat dat het geen naam had, in de file net voor Aalst. Stripsgewijs zou een mens daar binnensmonds wel eens “whoeah” en “eek” bij kunnen uitslaken, niet? Het derde baanvak waarop ik zat stond stil, het middenste baanvak ging aan vijf per uur vooruit, dus de asshole voegt in op dat middenste baanvak (tot grote ergernis en opgestoken vinger van een motorrijder die hij bijna meehad) en haalt mij stapvoets in, eveneens dezelfde vinger woest naar mij opstekend. Een minzame glimlach van Dweezel. The Dog opende de middenconsole, zette zelf zijn zonnebril op en gaf een grootte van ongeveer twee centimeter weer tussen duim en wijsvinger. Het wit kolleke begreep het onmiddellijk en toen ging het derde baanvak weer vooruit.

Nog vijf weken en Dweezel en The Dog hebben kerstverlof. Twee weken, jawel, ook al staan we geen van beide in het onderwijs. Voor het eerst sinds jaren, twee volle weken en ik heb zowaar zelfs zin in kerstmarkten en de alom bekende, gevreesde of geliefde kerstsfeer 🙂 Dweezel Junior is nu en dan thuis, maar kerst en nieuw viert hij bij zijn mama omdat daar veel meer kinderen zijn en dat is dus voor hem veel plezanter. Sommige gescheiden ouders vechten voor dood om hun kind(eren) bij zich te hebben voor kerst en/of nieuw, zonder te denken aan het (de) kind(eren) in kwestie… Dweezel Junior zou zich ook wel amuseren bij Het Lief en Dweezel en The Dog, maar bij zijn mama zijn er de twee kinderen van de nieuwe man (nu ja, ‘nieuw’ is ondertussen wel nogal relatief geworden), mama’s eigen nieuwe dochtertje (halfzusje dus voor Dweezel Junior) en misschien zelfs de tante met twee spruiten. Wat zou ik dan in godsnaam gaan zielig doen dat hij niet bij mij is? Geen enkele reden toe, da’s mijn gedacht, ik ben blij voor hem en hij krijgt zijn sint-, zijn verjaardags-, zijn kerst- en nieuwjaarscadeautjes dan wel als het past. Dure maand!

Ik ben content dat zapnimf weer de pen, allez, het toetsenbord heeft opgenomen 🙂 Het was daar veel te stil, veel te lang. Ongetwijfeld zal dat hier ook zo zijn in het kerstverlof 🙂

A few hours of bitfucking

oktober 30, 2008

Snif, snotter, snuit! Aaaaa…aaaa….aaaatsjoem! Pweuuuut! Dweezel en The Dog hebben een valling en zitten allebei nog op het werk alwaar er straks om 22u een interventie moet gebeuren. Morgen om 9u wordt er dan gezellig vergaderd over die interventie, dus veel meer dan 4u slaap zal er weer niet in zitten vannacht. Anderzijds betekent dat wel dat ik – zeer tegen mijn zin en absoluut niet mijn gewoonte – in oktober 48 overuren heb gepresteerd (toch de overuren die ik verkies in te brengen). Voor velen onder u is dat misschien de gewoonste zaak ter wereld, awel, voor ondergetekende absoluut niet: ik heb een aangeboren aversie voor opstaan en werken en al zeker voor opstaan om te gaan werken. Overuren kloppen is absoluut niet aan mij besteed, maar anderzijds kan het grote voordeel van 6 dagen verlof extra bijeen te scharen ook wel tellen natuurlijk. Als ik zou kunnen kiezen, dan zou ik echter veel liever seffens tegen Het Lief gaan aanschurken, een Duvel in de ene hand en een sigaret in de andere. Nu zal ik dus maar wat aanschurken tegen de drie 19″ schermen voor mijn neus en ondertussen bellen met de workbench in Tsjechië. Van Duvel helaas geen sprake, dat zit hier niet in de automaten. Hetgeen op koffie lijkt, zal moeten volstaan.

De enige andere aanwezige hier is een consultant uit Luxemburg en die zit aan de andere kant van dit toch wel grote gebouw. Ah ja, de kuisploeg is er ook. De enige andere geluidsfactor is het constante gezoem van de klimaatregeling en af en toe brandweer- en/of ziekenwagensirenes buiten op de kleine ring. Met een kop vol snot in zo’n omgeving zitten, lijkt soms surreëel: het geluid wordt precies gefilterd door al het snot, het licht is net te fel voor de gevoelige ogen en de planten lijken onnatuurlijk groen. Een andere planeet als het ware. Don’t wanna be here, but I am.

Ondanks die aangeboren aversie ben ik geen langharig werkschuw tuig: ik kan mateloos genieten van een plateauke te gieten, een dak te isoleren, een zoldervloer te leggen en wat weet ik nog al meer. Ook nadenken over verschillende invalshoeken, scenario’s en pistes om het één of ander probleem aan te pakken is een waar genot. Het is gewoon dat je op het werk te maken krijgt met zoveel oninteressante pietluttige extra factoren, dat het soms zwaar tegensteekt.

“Due to unexpected exponential growth of the Sybase DB some segments were stored on the root of the server, out of the cluster. Extra diskspace and filesystem space has to be accomodated, after which the segments on the root of the server can be restored inside the cluster”. Ik weet wat ze zeggen, maar aangezien ik geen knijt afweet van Unix servers, zit ik hier dus enkel om de communicatie tussen de Luxemburgse consultant en de Indische consultant te ‘managen’. De Luxemburger vindt dat je met Indiërs geen zak kan aanvangen, en de Indiër lacht continu zijn witte tanden bloot omdat hij niet verstaat wat de andere zegt in het Frans. Ik zit daar dan tussenin en vertaal van het Frans naar het Engels en van het Engels naar het Frans. Gelijk de drie aapkes van horen, zien en zwijgen. Tussendoor bel ik dan nog wat naar Tsjechië om dingen te laten doen op servers in Duitsland. Multi-cultural multi-environmental communication management. “Les Indiens sont des singes, on ne peut rien faire avec”. “He thinks you’re an ape and completely obsolete” – nee, dat vertaal ik natuurlijk niet, want die Indiër is best wel een vriendelijke en heel capabele man. Nog zeven uur en ik kan naar huis – als alles goed verloopt natuurlijk. En als ik onpartijdig blijf tussen de twee bitneukers in.

Tagtricks: kies voor penetrant en oraal

september 17, 2008

’t Is erg gesteld met de wereld: een post met penetrante en orale tags en de hits vliegen de hoogte in 🙂 Tja, moet wel wat raar doen voor echte perverten die dan, met de broek al op de knieën, terechtkomen op iets heel anders dan ze verwacht hadden. Bummer!

Gisterenavond met Het Lief gekeken naar No Country for Old Men. I really dig Tommy Lee Jones en, zoals we gewoon zijn van de Coen brothers, alweer een pareltje. Het Lief was wel wat perte totale en heeft enkele stukjes gemist: ik kan er ook niet aan doen dat mijn schoot zo’n goed hoofdkussen is nietwaar? Soit, het is een hele goeie film.

Daarnet serieus gaan tafelen met één van mijn bazen. A whole lot of nice chitchat en Het Bedrijf gaat zijn best doen om me binnen afzienbare tijd wat dichter bij huis te plaatsen… Voor zij die mij niet kennen: ik ben volgens mijn naamkaartjes Senior Consultant and Project Manager, wat inhoudt dat ik gemiddeld om de zes maanden op een ander bedrijf de handen uit de mouwen moet gaan steken. Dichter bij huis zou betekenen dat ik gemiddeld drie uur per dag meer heb om te steken in Dweezel Junior, lezen, films kijken en, natuurlijk, blogs lezen en schrijven. I would really like that a lot… Edoch, eerst zien en dan geloven, maar hoop doet alleszins leven.

Ik ben eigenlijk nog altijd aan het denken wat er nu niet en wel verandert om toch tenminste iets te kunnen schrijven rond de titel van mijn blog… Ah! Hoe minder haar ik op mijn hoofd krijg, hoe meer ik elders lijk te kweken. Hebt u dat ook, beste mannelijke lezer? Het gevoel dat als je niet optreedt tegen de wildgroei dat je over enkele jaren je oorhaar diadeemgewijs over je hoofd zal kunnen samenvlechten? Quite fashionable, don’t you think? Nope. Om de enkele dagen je oren scheren, ’t is me wat, de confrontatie met raspende oorholtes enkele dagen na de scheerbeurt 🙂

Fucking and how to pronounce it

september 15, 2008

Conversatie van Dweezel met een 15-jarige tegenspeler in heren enkel, op een tornooi, vele jaren geleden:

“FOK!”
“Da’s de gebiedende wijs van fokken!”
“Wa?”
“Allez, zeg eens fuck, met een doffe ‘u'”
“FOK!”
“Maar neen, zeg het zoals het hoort!” (zegt het voor)
“FAK!”
*zucht*
“Allez vooruit, zeg eens suck?”
“SOK!”

Ik ga niet beweren dat ik me niet schuldig maak aan een af en toe welgeplaatste “Fuck!”, maar ik probeer het toch zo beperkt mogelijk te houden. Vermits ik 39 ben en dus kan spreken van “de jeugd van tegenwoordig”, zeg ik bij deze dat de jeugd van tegenwoordig met de meest onwaarschijnlijke uitspraken en vloeken naar huis komt, bij voorkeur in het Engels. Toegegeven, die puber waar ik tegen speelde was “al” 15, maar een jaar of drie geleden, hij zat in de laatste kleuterklas, zat Dweezel Junior in zijn bad en antwoordde hij op mijn vraag “Vergeet je je tanden niet te poetsen?” out of nowhere “Fuck you bitch”. Hij vond dat zelf bijzonder grappig, maar het werd ijzig stil in de badkamer toen bleek dat papa dat helemààl niet grappig vond. De conversatie, of eerder monoloog, die daarop volgde heeft er voor gezorgd dat er nooit meer iets gelijkaardigs is uitgekomen. Dweezel weet dat hij moet letten op wat hij zegt in het bijzijn van Junior, maar toch gebeurt dat niet altijd. Ik besef dat enkel het eerste woord blijft hangen van uitspraken als “Verdomme die broek was net gewassen!” als Dweezel Junior in het vers gemaaide gras aantoont dat op de knieën slieren heel goed gaat. Als hij dan toch een ondoordachte vloek moet horen, heb ik liever dat het is in zijn moedertaal.

Deze post is geproduceerd net na het aanhoren van een compleet oninteressant verhaal, tijdens een rookbreak, van een Franstalige collega en u kan dus begrijpen dat The Dog nogal aan het blaffen was: hoe Franstaligen “fuck” zeggen is nog een ander paar mouwen, quoi 🙂

Maten en gewichten

september 15, 2008

Zowaar! Slechts anderhalf uur over een afstand die je normaal in een half uurtje doet! Een waar succes!

Dweezel was al relatief wakker voor zijn vijfde koffie, dus dat is ook een succes te noemen en The Dog heeft ook al een teken van leven gegeven: de liftdeuren gingen open, drie man present. Dweezel betreedt de lift en het alarm gaat af omdat het toegelaten gewicht overschreden wordt. Tiens, Dweezel én The Dog samen wegen slechts zo’n zeventig kilo… Nadere inspectie van de overige liftgangers resulteerde in het aanschouwen van drie ongelooflijke penzen. U weet wel, zo van die zakken vet, omwonden door een XXL hemd met daarop een das die eigenlijk meer horizontaal lijkt te liggen dan vertikaal te hangen. The Dog kon zich net koest houden 🙂 De té klein uitvallende hoofdjes bovenop de penzen lachten schaapachtig toen Dweezel de lift verliet om de op zijn minst vierhonderd kilo toe te laten zich naar lager gelegen regionen te begeven. Dweezel nam dus de volgende lift naar -1 om een koffie en, zowaar, dezelfde penzen aantreffend aan het koffiemachien, druk duwend op de knop ‘sans sucre’ voor hun zwarte koffie. How sad.

Noch Dweezel, noch The Dog hebben iets tegen de ietwat meer gezette medemens, integendeel, maar in dit geval heeft Dweezel het over dagelijks zakenluch verorberende flessen wijn drinkende ‘zaken’mannen. Misschien is meer gewicht ook gewichtiger? Dunno. Men zegt wel eens dat goed gerief onder een afdakske moet staan, maar een afdak dat moet afgebroken worden eer men dat goed gerief terug kan vinden, is een beetje te veel van het goede.

Dweezel en The Dog hebben natuurlijk gemakkelijk praten: wat die twee ook naar binnen spelen in massale hoeveelheden, ze blijven altijd even veel wegen. Zelfs nog niet zo lang geleden na twee keer per week een grote met stoverijsaus en mayonnaise, twee frikandellen, een reuzesaté, vijf bitterballekes, een kaaskroket en nen Bicky 🙂

Bleed the freak

september 12, 2008

Naast de titel van een nummer van Alice in Chains, is dit ook wel eens de gedachte die Dweezel heeft in sommige situaties, close encounters of the third kind met sommige Waalse broeders, vooral op slechte momenten. Ja, ook Dweezel heeft slechte momenten, eigenlijk dagelijks, vanaf het uit bed kruipen tot zijn vijfde koffie. En dan zit hij daar op zijn werk, na twee uur file, met zijn derde koffie, dus lang voor hij begint te functioneren en de telefoon van zijn collega, die er even niet is, gaat. Sterreke 5, lijn overnemen…

“Met Dweezel aan het toestel van IG”
“Euh, IG n’est pas là?”…
“Neen, ze is even weg, ik weet niet waar ze is.”
“Euh?”
“Kan ik een boodschap overbrengen?”
“Euh?”
“Welcome to the Twilight Zone!” (licht demonische toon)
“Euh???”
“Ah, u praat geen Nederlands?” (valt-uit-de-lucht toon)
“Euh?”

Op dat ogenblik komt de genaamde IG afgeslenterd. Ik zeg haar dat Euh aan de telefoon is en ga om mijn vierde koffie. Ik heb er geen probleem mee mijn Franstalige collega’s in het Frans te woord te staan, maar ik heb er wél een probleem mee dat quasi (geen veralgemening) elke Franstalige collega er per definitie van uitgaat dat zijn gesprekspartner Frans praat, zeker als ik die gesprekspartner ben en zeker vooraleer ik mijn vijfde koffie binnen heb. Als ze dan nog niet eens de vraag verstaan of ik een boodschap kan overbrengen – ik bedoel, da’s toch recht uit “Telefoneren voor dummies” – dan sta ik daar in de binnentuin, met koffie vier, lurkend aan een sigaret, te denken: “Bleed the freak”. Of dat dan slaat op mij of op mijn Franstalige collega mag u zelf uitmaken.