Archive for the ‘Happiness’ Category

Ah! Juist! De blog!

april 21, 2010

Dweezel and The Dog wisten zelfs niet eens meer dat ze zoiets als een blog hadden, tot een mail binnenfloepte dat er een commentaar te modereren viel. Tiens. Iemand die naar de persoonlijke email informeerde van één van de lezeressen van de blog. Wij doen daar niet aan mee, wat ook de reden mag zijn, zelfs als het gaat, zoals in dit geval wordt beweerd, over stalking via Het Fenomeen. Dus, beste lezers – als die er nog zijn – u bent hier veilig.

Even een korte update? Allez vooruit, in een rapke.

De veertig gepasseerd. Stop. Bijna twee jaar samen met Het Lief. Stop. Het Lief is nog steeds magnifiek. Stop. Huis verkocht en nieuw huis gekocht. Stop. Middenin de velden. Stop. Dweezel, The Dog, Het Lief en Dweezel Junior wonen in een caravan. Stop. Omdat ze dat nieuwe huis gaan slopen en een nieuw huis gaan bouwen. Stop. Wreed groen en al. Stop. Houtskelet, warmtepomp, vloerverwarming, zonneboiler en zonnepanelen. Stop. De caravan was koud in februari. Stop. Het Bedrijf doet niet de minste moeite om Dweezel dichter bij huis te plaatsen. Stop. Fuckers. Stop. Bijgevolg zijn Dweezel en in mindere mate The Dog zelf op zoek. Stop. Want nu zijn we in totaal vier uur op weg naar en van het werk. Stop. Niet te doen. Stop. Gravatarke aangemaakt. Stop. Bovenal wreed gelukkig en content. Stop. Conclusie: sommige dingen veranderen nooit, al de rest wel. Final Stop.

In eventuele volgende posts zullen de telegramonderwerpen wat verder uitgediept worden. Sporadisch gewijs. We beloven echter niks – niet dat u daar om maalt natuurlijk.

De Groep

maart 6, 2009

Eigenlijk is het bizar dat Dweezel en The Dog nog niet bijster veel over De Groep hebben gezegd. Na die overpeinzing is het dus misschien tijd om enig proza daaromtrent te produceren. In één van de komende posts plaats ik hier wel eens de demo en misschien, heel misschien, verklap ik u wel de naam.

De Toetsenist – die vorige week een vrouw hielp bevallen in het vliegtuig – en Dweezel hebben nog niet zó heel lang geleden enkele jaren samen gespeeld in een andere band. In die illustere tijd leerde Dweezel Nr2 kennen als zangeres van die groep, met alle gevolgen vandien. Eén van die gevolgen was dat we de groep moesten verlaten: Nr2 werd aan de deur gezet en Dweezel, toen relationeel verbonden met haar, was collateral damage. Misschien maar best ook, want als ik zou gebleven zijn, zou mijn leven thuis nog minder veilig geweest zijn. Edoch (ik vind dat zo’n maf woord), toen De Toetsenist vernam dat Dweezel eindelijk de stap had genomen om Nr2 te laten verwijderen uit zijn leven, vroeg hij aan Dweezel of die het zag zitten om een nieuwe groep te starten. Vaneigens. Twee broers, ooit de meest begeerde vrijgezellen van Sin City (volgens insiders is dat naar het schijnt Zottegem), werden onder de arm genomen om De Groep te vervolledigen. Twee broers, de ene De Zanger/Gitarist, de andere De Drummer. Dat was ongeveer op de kop af twee jaar geleden.

We zijn allemaal tussen de dertig en de veertig (nog effekens), Dweezel is de enige die “in een relatie” zit, de andere drie zijn getrouwd. We hebben ons allemaal al vermenigvuldigd en in totaal telt de offspring zo’n acht kinderen (ik weiger te schrijven “kids”). Kortom, we zijn allemaal gelukkig en alle nummers gaan toch, zoals het hoort, over the L-word en de neveneffecten er van.

De nummers worden ook, op enkele na, allemaal geschreven, eerder gespuid, door De Zanger/Gitarist en waar hij het haalt weet niemand – ik beeld me in dat hij ’s nachts, terwijl zijn wederhelft compleet afgepeigerd ligt te slapen, opstaat, in een donker hol onder de grond kruipt met zijn gitaar en denkt aan alle jonge maagden uit Sin City en wijde omstreken die de revue zijn gepasseerd in een ver vervlogen verleden. Nog genoeg voer voor honderd songs 🙂

De Toetsenist, notoir single malt kenner, gebruikt zijn vingers ook nog voor iets anders dan jobgewijs in andermans orifices te koteren: hij beroert de toetsen met heel veel liefde en produceert af en toe riedels die ook uitgroeien tot songs. Waarschijnlijk in dezelfde omstandigheden, ondergronds in een hol, denkend aan de jonge maagden die hij niet heeft gehad, want hij is al samen met zijn eega sinds mensenheugenis en op onze leeftijd reikt dat niet verder dan twintig jaar.

En dan hebben we natuurlijk De Drummer: volgens de mening van alle vrouwen en ook voor Het Lief, “ne wree schone vent”. Wat er in zijn hoofd omgaat, daar hebben we allemaal het raden naar, maar ik denk dat alle maagden die zijn broer, De Zanger/Gitarist, zijn gepasseerd, eerst een pitstop bij hem hebben gemaakt. Hij mept op zijn drum met overgave en samen met hem vormt Dweezel de ritmesectie.

We repeteren één keer per week (als er een optreden nadert, zoals nu, wordt er twee keer gerepeteerd in de voorafgaande weken) in een kamer boven een heel berucht café in de omgeving van Sin City en worden gedurende de hele repetitie ten gepasten tijde voorzien van drank door een lokale fan, onze Road Manager genoemd. Soms ook wel een fles rhum, enkele glazen en cola, maar over het algemeen gewoon bier (daar worden ook blonde Leffe en Duvel bij gerekend). Vermits Dweezel nog een eind moet rijden is hij vroeger weg dan de rest na de repetitie, maar soms – zo wordt er wel eens gefluisterd – gaan de andere drie bijna kruipend naar huis. Verantwoordelijke huisvaders als we zijn, stopt daar echter het rock’n’roll gehalte 🙂

Naar analogie met een oud nummer van de Peppers op de CD “The Uplift Mofo Party Plan”: “Me and My Friends”… De Toetsenist kende ik al langer en samen met De Zanger/Gitarist en De Drummer, zijn het de leukste, plezantste, integerste, meest boeiende en beste vrienden die een mens zich wensen kan. En we maken muziek. Zoals De Zanger/Gitarist het gisteren nog zei: “99% van mijn leven bestaat uit dingen die ik moet doen, 1% uit dingen die ik wil doen”. Ik neem aan dat De Groep behoort tot die ene procent en dat geldt voor ons alle vier.

Door het vuur, zeg ik u, door het vuur ga ik voor die mannen. Maar bassist zijn is ook al wijs en doet minder zeer 🙂

Dat ze wakker zijn

maart 5, 2009

En lap! ze zijn terug, jawel, Dweezel en zijn hond. Enkele losse flodders…

Enkele maanden echt volledig geen zin gehad om te bloggen, maar ik heb mij zonet een deuk ge-enerveerd bij het lezen van een blog waarin élke zin, ik zweer het u, op z’n minst twee verkleinwoorden bevat. Zeetjes, zonnetjes, blogjes, centjes, badjes à volonté… I just don’t get it. Dat iemand in het dagelijkse taalgebruik af en toe verkleinwoorden gebruikt om effectief iets kleins te benoemen of als teken van affectie, natuurlijk, wie doet dat niet, maar deze blogger moet bij het herlezen van zijn schrijfsels toch op zijn minst nattigheid voelen? Tenzij hij natuurlijk overvallen wordt door affectie voor de zon, de zee, zijn blog, zijn geld en zijn bad, want dan zou ik het, als ik veel moeite doe, nog begrijpen. Het is natuurlijk ongetwijfeld een lieve man, maar ik kan en wil me de stroperigheid niet voorstellen die thuis, binnen die relatie, heerst. Het heeft, maar dat is mijn gedacht, iets afstotelijk.

Soit. Dweezel en The Dog zijn de afgelopen maanden druk in de weer geweest met feesten, Het Lief, de scheiding van Nr2, Dweezel Junior en vooral genieten van zijn ondertussen al acht maanden durende geluk. Feestjes, het liefje, het scheidingetje van Nr2’tje… Naah, het gaat me echt niet af. Sinds kort voer ik Dweezel Junior tot zijn groot contentement zelf naar school en ontlast ik Dweezel Senior op die manier een beetje, gebruik ik de bedrijfswagen enkel om naar het station te rijden en ga ik werken met trein en metro, eveneens betaald door de werkgever. Het is ook een jungle, maar op die manier spaar ik meer dan twee uur per dag uit en kan ik eindelijk terug wat lezen. Geen hoogstaande literatuur, eerder junkfood for the brain, maar dat het deugd doet, is een feit.

De toetsenist van onze groep, in zijn vrije tijd professor in het UZ Gent 😉 heeft vorige week op een vlucht naar Orlando een vrouw helpen bevallen op enkele duizenden meter hoog. Een heel nieuwe betekenis voor de Mile High Club: in plaats van te vogelen, bevallen. Hij stond in alle kranten, a glorious moment of fame, terwijl we eigenlijk eerder dat ogenblik wilden verwerven met de groep. ’t Is een begin natuurlijk en zou een leuke topic kunnen zijn in onze bio.

Dit was een opwarmerTJE, ik zal een poging doen om mijn blogJE te vullen met regelmatige postJES in dit jaartJE 2009. Veel lieve groetJES van DweezelTJE en zijn hondJE. Fuck, that really sucks! 🙂

Geek affinity?

december 4, 2008

Misschien pas ik echt wel niet in de professionele wereld waarin ik vertoef… The Dog alleszins niet, zoveel is zeker, maar nu begint Dweezel toch ook hard te twijfelen. How come? Door het bekijken van het filmpje van het laatste bedrijfsevent. Eén van de onderdelen was, per groep van tien, de eerste salsa pasjes aan te leren. De geeks waarmee de IT-wereld is bezaaid gaan, natuurlijk, in pak en das naar zo’n feest (uitzondering: ondergetekende), zijn netjes kortgeknipt (uitzondering: ondergetekende) en gedragen zich o zo professioneel (uitzondering: ondergetekende). Ziet u het al voor u? Zo’n bende en salsa? Op zich een leuke challenge natuurlijk met compleet ritmegestoorde mannen en zéker als het slachtoffer dat ons die pasjes moest aanleren een, euh, welgevormde jonge vrouw bleek te zijn, gekleed in een weinig verhullend niemendalletje. Onnozel gegiechel troef en op dat filmpje zijn alle blikken duidelijk gefocust op iets helemaal anders dan de pasjes. Héél professioneel… en de vrouw in kwestie was hét onderwerp van de rest van de avond in bewoordingen die, euh, niet van de poes waren. Ik krijg dan steevast zo’n wrang gevoel, zoiets van “kunnen die nu echt over niks anders praten dan over hun werk of over mooie vrouwen”? Nu, als je op het jaarlijks bedrijfsfeest bent mét partner, kan je sommige van die mannen wel begrijpen, maar toch… Ongetwijfeld zijn ze stuk voor stuk goed in hun job, daar niet van, maar daarbuiten merk je geen spatje empathie, charme, respect of originaliteit op. O ja, Dweezel en The Dog moesten daar ook bas spelen en de eerste vijf vragen er na waren allemaal variatie op: “uw gitaar heeft maar vier snaren, dat zijn er normaal gezien toch meer? Of was ’t één van in de solden?” Woehahahaha, lachen geblazen! Dweezel, rustig, antwoordde dan elke keer dat hij al blij was dat sommigen wisten dat het een soort gitaar was en dat een ‘gewone’ gitaar meer snaren heeft dan vier. Dé joke van de avond, dat en het feit dat ik was ingedeeld bij het roze team. Ik werd gebombardeerd tot gitaar-met-vier-snaren-spelende-homo, door quasi iedereen als grap bedoeld, maar door één complete etter niet. Te pas en ten onpas moest hij daar mee op de proppen komen, tot absoluut vervelens toe. Surreëel, die avond: een ‘gewone’ bas heeft vier snaren, ik ben een oer-hetero, ik heb in mijn vriendenkring enkele echte homo’s – zelfs het cliché type – en ik zit daar in een bende van ongeveer veertig geeks waar ik geen enkele, maar dan ook geen enkele affiniteit mee heb. Het was alsof ik er niet was, het was alsof ik keek naar mezelf van ergens anders, way up cloud nine, maar The Dog gromde dat het een lieve lust was…

Let op, ik scheer niet alle IT-ers over dezelfde kam, helemaal niet. Ik heb enkele vrienden uit die wereld die wél een mening hebben, die wél kunnen schrijven (bijvoorbeeld het proza van Coltrui) en niet over niks anders dan hun werk of vrouwen kunnen praten. Zij beheersen de kunst van in die wereld te vertoeven en zich niet te enerveren in de complete oppervlakkigheid en de onbestaande emotionele quotiënten van de mede-bewoners. Zij doen hun job bovendien graag en daar heb ik alle respect voor. Misschien ben ik gewoon te moeilijk? Of misschien ben ik wel de etter? Op elk nieuw intake gesprek bij elk nieuw bedrijf kan ik me verkopen als de beste, praat ik hun taal en draag ik een pak en een das en steevast, eens ik een maand in die nieuwe functie zit, vraag ik me af waarom ik me die job nu weer heb ingezwanst want het interesseert me, in se, geen flikker. It’s a job, het is goed betaald, ik heb een dikke voiture, ja. Het échte leven en echte voldoening heb ik elders gevonden en ik denk dat professionele voldoening me altijd vreemd zal blijven zolang ik in dezelfde branche blijf werken.

It could be worse, right? Eigenlijk ben ik intens gelukkig en bezorgt thuiskomen bij Het Lief mij een instant cloud ten ervaring. Dàt, beste mensen, doet al mijn frustraties over banaliteiten zoals mijn werk, verdwijnen als sneeuw voor de zon en ik smelt met veel plezier mee.

Om het met Chic (die van Le Freak) te zeggen: “yawza, yawza, yawza“. 🙂

Happy days

november 21, 2008

Voorwaar, het is een blijde dag. De advocate heeft gisteren laten weten dat de wettelijke scheiding met Nr2 een feit is en dat ze naar het gevraagde onderhoudsgeld kan fluiten. Ho ho ho and (yet another) bottle o’ rhum! Eigenlijk wel straf, een huwelijk van elf maanden, op mijn kosten geleefd, Dweezel and The Dog compleet murw geterroriseerd, geen kinderen en dan nog onderhoudsgeld vragen omdat haar ‘levensstandaard is gedaald’. Yeah, right. Sommige mensen hebben toch echt lef. Nu gaat het dossier naar de notaris en dan weet ik hoeveel ze eist en krijgt voor het huis, een huis dat ik heb gehuurd in ’95, gekocht in ’97, verbouwd in 2001 en ingekocht van Nr1 in 2003. Nr2 heeft er elf maanden gewoond, van begin 2006 tot begin 2007 – wat, denkt u, is fair? Hoeveel moet ze krijgen?

Het Lief heeft gepraat over een (leeg) aquarium dat ze nog ergens heeft staan en dat moet verhuisd worden. Een makkie? No way, het is een aquarium ter grootte van – hou u vast – een uit de kluiten gewassen ligbad en weegt ook een pak meer. Dweezel Junior heeft dat vaneigens gehoord en wil nu al vissen gaan kopen tegen dat het ding er staat. “Waar moeten ze dan voorlopig leven?” wordt natuurlijk beantwoord met “In ons bad natuurlijk, papa”. Alle uitleg over de noodzaak aan waterfilters en zuurstofpompkes wordt natuurlijk beantwoord met “Waarom?”. Kortom, eindeloze uitleg voor het slapen gaan.

Vermits het een blijde dag is, willen zowel Dweezel als The Dog nog even vermelden dat ze de afgelopen vijf maanden ongelooflijk gelukkig lopen en er wordt heel voorzichtig gedacht en gesproken over een eventueel samenhokken met Het Lief. Dweezel en The Dog en Dweezel Junior kijken daar heel erg naar uit. De hond en de katten ook. Dweezel Senior ook. Als het zover komt, zullen de gezamenlijke zuchten van opluchting een heuse windhoos zijn denk ik. En, voor alle duidelijkheid, mocht ik alles opnieuw moeten ondergaan om te komen tot op dit punt, ik zou er zonder aarzelen voor tekenen. Life begins at forty? Wel, in mijn geval mag het gerust een jaartje te vroeg beginnen 🙂

Eros en logos: Fenomeen gevolgen

november 7, 2008

Het is toch jammer, sommige dingen die Dweezel en The Dog lezen op blogs her en der. Single vrouwen en mannen die daten en, jawel, nu en dan iemand tege het vege lijf lopen waarmee het bijzonder goed klikt. En dan? Dan worden complete posts gewijd aan de twijfel, het eeuwige gevecht tussen ratio en eros, verstand en gevoel. Een veelvuldig gebruikt woord is “voorzichtigheid” en de factor die tot twijfelen aanzet is steevast “niet écht fysiek aangetrokken zijn, geen coup de foudre, geen liefde op het eerste zicht”. Dweezel en zeker The Dog zouden nooit pretenderen iets zinnigs over relaties – of prille relaties – te kunnen zeggen, maar het minste dat ze kunnen doen is putten uit eigen ervaringen en een eigen mening spuien overgoten met die dikke saus der maturiteit, de vettige jus van “het ouder worden en dus, misschien, wijzer”. Yeah.

Zoals u weet, beste lezer, hebben Dweezel en The Dog wel wat gedate door middel van Het Fenomeen en ze hebben het relatieve geluk gehad steevast met mooie vrouwen te daten. “Mooi” in de zin van “lustopwekkend”: mooi gebouwd, mooi gezicht enzovoort en zo verder, de dingen waar mannen veelal op letten. Vrouwen waarop men dus op een eerste date zou kunnen verliefd worden, puur lijfelijk. Noch Dweezel, noch The Dog deden dat, wat niet wil zeggen dat de gedachte “lekker ding” niet door hun respectievelijke hoofden speelde en eventuele verdere activiteiten nu en dan niet werden afgeslagen. Edoch! Verliefd worden Dweezel en The Dog zelden snel en daar waar vroeger het uiterlijk een enorme rol speelde, speelt nu veel meer de “vrouw achter al dat moois” de hoofdrol. Akkoord, ik prijs mezelf natuurlijk gelukkig dat Het Lief een fantastisch mooie vrouw is vanbuiten en vanbinnen (en zoiets is natuurlijk subjectief), maar zelfs als ze minder mooi zou zijn, zou ik er nog voor gevallen zijn. Even zwaar. Want het “klikt” zoals het hoort te klikken en op de leeftijd van 39 jaar is dàt hetgeen telt, niet of ze al dan niet een lekker dier is.

Er wordt verschrikkelijk getwijfeld in de datende wereld, iedereen lijkt wel op zoek naar de prins op het witte paard of de prinses in de gouden koets. Er wordt ondermeer gelet op zaken zoals “is hij/zij mijn type wel”… Type? Huh? Dweezel en The Dog hebben dat niet, een “type” vrouw op het zo gevreesde en gekeurde uiterlijke vlak. Als ik dan lees dat sommige bloggers zozeer beginnen twijfelen dat elke kans op voorhand eigenlijk al doodbloedt, dan vind ik dat ongelooflijke zonde. Natuurlijk is er altijd wel ergens twijfel, in grotere of kleinere mate, maar met een zelfde toekomstvisie, een portie humor en een klik, kom je al een heel eind. Not all that glitters is gold is een waarheid als een koe. Als bovendien de twijfels gevoed worden door “ervaringen” uit het verleden en dat dus daarom het heden geen kans gegeven wordt, dan vind ik dat nog erger. Iedereen heeft zijn trauma’s en complexen, maar als die niet van een levensverwoestende aard zijn, dan gaat het erom hoe je er mee omgaat en persoonlijk zou ik ze nooit toestaan een potentieel geluk in de weg te staan.

En dan is er nog al die zever van “verliefdheid is een chemisch proces dat na 7 maanden sowieso gedaan is”. Could be, is misschien wel waar, maar verliefdheid cultiveer je zélf. In iedereen is er wel iets waarop je verliefd kan worden als je wil, maar dit kan natuurlijk ook ongelooflijke zever zijn. Ja, alles is biochemie en is genetisch sinds duizenden jaren bepaald, iedereen zoekt instinctief naar een partner die een goeie vader/moeder zou zijn voor de kinderen… Hallo? De tijden zijn wél veranderd in vergelijking met de tijden van leven van de jacht en de visvangst. Waar toen de mannelijke holbewoners gezellig mammoeten gingen jagen, de vrouwelijke de grot wat proper hielden en het Blue Velvet-credo “I’ll fuck anything that moves” hoog in het holbewonersinstinct zat gebakken, is ondertussen geëvolueerd naar “ik wil complete liefde op het eerste zicht” én “ik wil een man/vrouw met ambitie” én “ik wil een man/vrouw met een carrière”. Dat is één verlangen op basis van gevoel en twee verlangens op basis van ratio. Als er dan zwanger geworden wordt, dan wordt dat verlangenspatroon compleet overhoop gehaald. Sommigen kunnen daarmee om, anderen niet en het zijn veelal zij die er niet mee omkunnen, die scheiden. Kinderen en bouwen zijn in onze tijden dé redenen om te scheiden, terwijl ze vroeger veelal garant stonden voor zekerheid en stabiliteit… In de kantlijn even vermelden dat Dweezel en The Dog Dweezel Junior hebben gekregen in hetzelfde jaar dat ze hebben verbouwd, go figure 🙂

Wat zijn de ambities en verlangens van Dweezel? Een warm nest, een trouwe partner en nog wat extra trippelende voetjes van Dweezel-en-Het-Lief-Juniorkes. Ambities en verlangens van The Dog? Zie mij graag en fuck me senseless. Die twee samen vertalen zich in een een verlangen naar een stabiele, leuke, gezonde, heden- en toekomstgerichte relatie. Mijn carrière is bijzaak en dient enkel om op een comfortabele manier te kunnen leven. Ik heb dat op sommige dates gezegd en af en toe was de date om de één of andere reden plotseling gedaan 😉 Enneuh, de eerste die voor mij gekozen heeft omwille van het feit dat ik een huis had én een carrière én geld was Nr2 en u kan in eerdere posts lezen hoe dat is geëindigd. Het Lief is niet weg gelopen, ze is gebleven 🙂

Mijn heel persoonlijke mening is dat vanaf een zekere leeftijd een goeie “klik” genoeg is om een eventuele relatie een heel grote kans te geven en vroegere ervaringen in de eerste weken of maanden geen rol te laten spelen. De “klik” is voor mij een combinatie van logos en eros, een duo dat iedereen in zich heeft: hoe jonger je bent, hoe meer eros doorweegt, hoe ouder je wordt, hoe meer logos de kop opsteekt. Tegen sommigen zou ik graag Nike-gewijs zeggen: don’t think, just do it. Ook al had ik beter wat meer gedacht enkele jaren geleden 😉

Aliens en uitslapen

september 29, 2008

Het Lief heeft vandaag een vrije dag en zowel Dweezel als The Dog waren als poezen aan het spinnen van contentement toen ze het huis verlieten, een blond feetje achterlatend in hun bed. Dat feetje kon eindelijk eens uitslapen en het was deze ochtend de eerste keer dat ze dat ten residentie Dweezel kon doen terwijl ondergetekende én Dweezel Junior wél op moesten. Voelt heel huiselijk aan, voelt heel leuk aan, voelt niet meer vertrouwd aan, maar deugd dat dat doet, niet te doen. Ze was vroeg wakker maar heeft liggen nagenieten tot 11u. Ze heeft van alles in de frigo een beetje geproefd. Ze is nu wat op haar lappen en deze avond komt ze terug. ’t Is zowaar net echt.

Soms denkt Dweezel dat Het Lief from outer space is, echt a cosmic girl om het met Jamiroquai te zeggen. Het Lief zaagt niet, is niet opportunistisch, hecht geen belang aan het slijk der aarde, staat open voor alles, stelt geen voorwaarden, stelt geen eisen en is ongelooflijk goed met Dweezel Junior. Ze is sterk (gisteren heeft Het Lief zelfs een sofa samen met mij bovenop een jeep getild) en ze is mooi (maar loopt daar niet mee te koop). A natural beauty, weet u wel, zo eentje dat absoluut drop dead gorgeous is in alle omstandigheden zonder schmink… Ze houdt van dieren, ze houdt van de natuur, ze houdt van mensen en is heel empathisch… Kortom: Dweezel realiseert zich elke dag opnieuw dat hij een ongelooflijk gelukkige vent is… en dat hij het bijna niet kan geloven… of is het niet durf geloven? Hoe het ook zij, Dweezel denkt het bewijs van buitenaards leven gevonden te hebben op relatieplanet 🙂 They come in peace, apparently 🙂

U leest natuurlijk deze blog niet om te vernemen hoe gelukkig Dweezel wel is, tenzij u natuurlijk graag dat geluk benijdt. Zolang Dweezel echter onderhevig is aan deze stroming in zijn leven, zal de lezer posts als deze wel af en toe door zijn of haar maag gesplitst krijgen. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over… Wees gerust, de Fenomeenposts worden nog vervolgd: het msn-gebeuren is té leuk om niet over te schrijven.

Evolutie

september 24, 2008

Even stilte op de blog van Dweezel en The Dog. Even tijd voor bezinning. In navolging van de kip en het ei, nagedacht over wie er nu eerst was, Dweezel of The Dog? Niet echt evident, want Dweezel is er bij gratie van The Dog en vice versa, de één kan niet zonder de ander en over het algemeen stimuleren ze elkaar positief, maar heel af en toe nekken ze elkaar. The Dog kan Dweezel eigenwijs en arrogant maken, Dweezel kan de vrolijkheid en de lust for life uit The Dog zuigen.

The Dog was er eerst, dat staat vast: speels, vrolijk, levenslustig, extrovert, onbevangen, alle ingrediënten om af en toe eens hard tegen de één of andere muur te knallen. Even de staart tussen de poten, maar even snel terug op pad zonder zelfs maar een klein deukje in al die eigenschappen. Naarmate The Dog groeide, werd hij steeds meer van overtuigd van zijn eigen belang, zijn niet te weerstane charme en bovenal van zijn eigen gelijk. There may or may not be something like fate, maar het lot kwam zwaaien met de moker op het hoogtepunt van de eigendunk van The Dog en hoe ongeschonden de carrosserie toen ook was, na de wervelwind bleef er niet veel meer over dan schroot. Hence, the birth of Dweezel.

Dweezel fungeerde in den beginne als beschermend harnas voor The Dog en leerde The Dog beetje bij beetje dat voorzichtigheid en zwijgen soms veel verstandiger zijn, dat andere meningen ook waarde hebben en dat de overdaad aan eigendunk van The Dog compleet ongezond was, niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen. The Dog trok zich heel ver terug in de bescherming van Dweezel. Ze leerden met elkaar te communiceren en de gemeenschappelijk punten werden verstevigd, de andere verdreven naar verre uithoeken van elk van de twee werelden. Er was Dweezel, er was The Dog en er was de deelverzameling .

Zo’n vijf jaar geleden deden Dweezel en The Dog de stomste zet uit hun beider leven, tegen beter weten in, tegen alle goeie raad in, het moest en zou zo zijn. De daarop volgende wervelwind had niks met het lot te zien, iedereen had die orkaan al van kilometers ver zien aanstuiven, iedereen behalve – juist – Dweezel en The Dog. De tegen dan ongeveer uitgeblutste carrosserie werd letterlijk in de prak geslagen, uit elkaar gerukt, tegen de muren gekwakt en in de smeltoven gesmeten om er als een amorfe, kneedbare massa weer uit te komen: Dweezel was niet meer, The Dog evenmin. De gemene deler tussen hen was er echter wél nog, heel klein en nazinderend van de verschroeiende hitte, diep verborgen in het gedrocht dat uit de smeltoven kwam.

De grootste gemene deler was in den beginne zwak en alles behalve speels, vrolijk en levenslustig. Het had absoluut geen eigendunk, was zwijgzaam en had geen eigen mening. Langzaam, heel langzaam, onder de nimmer aflatende fluitende en gierende wind van de – het leek wel een eeuwig durende – orkaan, begonnen zowel Dweezel als The Dog weer vorm aan te nemen. Ze groeiden een dag, een week, een maand, een jaar en hebben toen, samen, de wervelwind gestopt. Hoe? Door de wervelwind recht in de ogen te kijken en kalm maar vastbesloten te zeggen: “Nu is het genoeg geweest. Het is gedaan!”

Dweezel en The Dog, de verwekkers van deze blog, hebben nu een veel grotere gemene deler dan vroeger. De speelsheid, vrolijkheid en levenslust zijn terug en gezond. De onbevangenheid is bestrooid met een gezonde dosis voorzichtigheid, de hoge eigendunk is vervangen door het besef van een eigen “ik”. Dweezel en The Dog zijn nagenoeg één. Hier en daar een scherpe kant – sommige posts zijn vrij belerend en, jawel, uit de hoogte, we beseffen dat maar al te goed – waaraan nog moet gewerkt worden, maar alles welbeschouwd is Dweezel content en The Dog ook: ze hebben weer een doel, ze staan in het leven en staan met de kinnen omhoog klaar voor de twisters die nog op hun pad moeten komen.

Een species op zich: Hollanders

september 17, 2008

Af en toe, enkele keren op een jaar, wil The Dog ook wel eens los lopen en dan gaat Dweezel even over de grens bij onze noorderburen om wat geestesverruimende middelen (jaja, beste conservatieve-roken-en-drugs-zijn-slecht bloggers onder u, schrik u maar rot en veroordeel mij tot u er bij neervalt) om met een fles water en een zorgvuldig gerolde sigaar op één van zijn terrassen The Dog eruit te laten . Ik heb niks tegen Hollanders in hun eigen land, want dan zijn ze immers thuis, verdraagzaam, minzaam, netjes, keurig en al weet ik wat nog meer. Hollanders in het buitenland, bij voorkeur met hun sleurhut, wel, voor hen ervaren Dweezel en vooral The Dog toch wel wat andere sentimenten.

Wat me brengt bij een smal, stijl eenvaksbaantje ergens in de Pyreneeën, in 2000. Wij waren aan het stijgen in mijn toenmalig Honda Civicske, de Hollanders waren aan het dalen met sleurhut en al. Zij zien blijkbaar aan onze nummerplaat dat we Belgen zijn en dus min of meer hun taaltje verstaan en doen wat tekens opdat we zouden stoppen. Dat doen we, alle partijen stappen uit en de Hollanders komen aandraven met een kaart.

“Gedag! Kunnen jullie ons misschien uit de nood helpen?”
“Wat is het probleem?”
“We vroegen ons af waar ‘Outresdireksions’ ligt, want we vinden het nergens op de kaart.”

Dweezel heeft een donkerbruin vermoeden dat ze met zijn dingskes aan het rammelen zijn, maar neen, ze menen het echt. The Dog was toendertijd, euh, een speelse uit de kluiten gewassen pup en holde achter zijn staart aan van plezier, want dit was natuurlijk het spreekwoordelijke ‘de bal afleggen op twee meter van de goal’.

“Klopt, staat op geen enkele kaart. Waar moeten jullie heen?”
“Wel, we zijn op terugreis, dus in de richting van Parijs.”
“En waar bent u begonnen met die pijlen te volgen?”
“In Perpinjan.”
“De pijlen naar Outresdireksions zijn nochtans de pijlen die u moet volgen, dus ik vrees dat u er eentje onopgemerkt bent gepasseerd en daardoor hier in the middle of nowhere bent gestrand.”
“Gadverdamme.”
“Dus, wat ik zou doen, is deze baan verder afdalen en eerst de pijlen volgen terug naar Perpinjan. Eens u dan opnieuw daar bent, de pijlen naar Outresdireksions zoeken en zorgvuldig volgen, want het klopt wel dat ze soms niet zo goed zichtbaar zijn.”
“Is dat zo?”
“Dat is zo.”
“Nou, dat zullen we dan maar doen. Zeg, jullie Belgen zijn best wel een aardig volkje! Kunnen we jullie iets aanbieden om te drinken? Een sjudoransj?”
“Nee merci, we moeten verder anders komen we te laat. Nog een goeie reis!”

We stappen in het Civicske, manoevreren heel voorzichtig en moeizaam rond de wagen en aanhangsel van de Hollanders en rijden verder. Kilometers aan een stuk heb ik in een deuk gelegen. Enkel al de gedachte dat die Hollanders uren later weer op net dezelfde plek zouden staan…

Groove

september 16, 2008

Dweezel is volledig gedomestikeerd, zoals dat heet. De schrikdraad mag verwijderd worden, de ketting losgemaakt. Hij gebruikt zelfs Vanish en HG. Vooral over dat laatste merk is hij enorm te spreken tijdens theekransjes – voor elk huiselijk probleem is er wel een HG-pul die dat probleem van de kaart veegt. Zwarte schimmel in uw douche? HG. Stinkende afvoeren? HG. Ik zeg het u, voor àlles is er HG. Spijtig dat ik dat merk niet kende in mijn laatste relatie, want er bestaat ongetwijfeld ook een pul HG tegen compleet psychotische vrouwen, maar da’s geheel naast de kwestie.

Eén avond per week hangt Dweezel zijn basgitaar over zijn linkerschouder en gaat hij gaan repeteren met De Groep. Voor de lezer die het onderscheid niet kent tussen een gitaar en een basgitaar: een gitaar heeft zes snaren, een basgitaar vier. Om het wat moeilijker te maken, heb je natuurlijk ook zes-snarige bassen, maar dat is voor jeanetten (excuseer mij voor de basvirtuozen onder u). Een bas met vijf snaren kan er nog net door, vooral als die vijfde snaar de lage B is, want bij welgekozen gebruik kan dat net dat extra geven (Under The Bridge, laatste noot van de strofe-riff). Een amateurbassist zoals ik heeft zo geen vijfde snaar nodig. Ik ben evenmin een jeanet 🙂

De Groep gaat maandag in de studio. Cool. Waarmee ik eigenlijk wil zeggen dat Dweezel die ene avond per week niet zo gedomestikeerd is: dat is mijn avond, mijn uitlaatklep, mijn ding. Wat er zich op zo’n repetities afspeelt in mijn hoofd, dàt is mijn ding. De kick van de drum met de low down vibes van de bas, de harmonie met de piano, de welafgemeten virtuoze licks van de electrische gitaar en de stem en de folkgitaar van de zanger, waaruit elke song ontstaat. Man, dat voelt goed, dat voelt ongedomestikeerd, dat voelt vrij, ook al is het, vergis u vooral niet, hard werken op sommige ogenblikken. Het soort harde werken waar je deugd van hebt.

Op die ogenblikken is de symbiose tussen Dweezel en The Dog volledig. Dweezel denkt en ziet, The Dog voelt en beukt en de symbiose lays down the groove.