Ah! Juist! De blog!

april 21, 2010

Dweezel and The Dog wisten zelfs niet eens meer dat ze zoiets als een blog hadden, tot een mail binnenfloepte dat er een commentaar te modereren viel. Tiens. Iemand die naar de persoonlijke email informeerde van één van de lezeressen van de blog. Wij doen daar niet aan mee, wat ook de reden mag zijn, zelfs als het gaat, zoals in dit geval wordt beweerd, over stalking via Het Fenomeen. Dus, beste lezers – als die er nog zijn – u bent hier veilig.

Even een korte update? Allez vooruit, in een rapke.

De veertig gepasseerd. Stop. Bijna twee jaar samen met Het Lief. Stop. Het Lief is nog steeds magnifiek. Stop. Huis verkocht en nieuw huis gekocht. Stop. Middenin de velden. Stop. Dweezel, The Dog, Het Lief en Dweezel Junior wonen in een caravan. Stop. Omdat ze dat nieuwe huis gaan slopen en een nieuw huis gaan bouwen. Stop. Wreed groen en al. Stop. Houtskelet, warmtepomp, vloerverwarming, zonneboiler en zonnepanelen. Stop. De caravan was koud in februari. Stop. Het Bedrijf doet niet de minste moeite om Dweezel dichter bij huis te plaatsen. Stop. Fuckers. Stop. Bijgevolg zijn Dweezel en in mindere mate The Dog zelf op zoek. Stop. Want nu zijn we in totaal vier uur op weg naar en van het werk. Stop. Niet te doen. Stop. Gravatarke aangemaakt. Stop. Bovenal wreed gelukkig en content. Stop. Conclusie: sommige dingen veranderen nooit, al de rest wel. Final Stop.

In eventuele volgende posts zullen de telegramonderwerpen wat verder uitgediept worden. Sporadisch gewijs. We beloven echter niks – niet dat u daar om maalt natuurlijk.

De Groep

maart 6, 2009

Eigenlijk is het bizar dat Dweezel en The Dog nog niet bijster veel over De Groep hebben gezegd. Na die overpeinzing is het dus misschien tijd om enig proza daaromtrent te produceren. In één van de komende posts plaats ik hier wel eens de demo en misschien, heel misschien, verklap ik u wel de naam.

De Toetsenist – die vorige week een vrouw hielp bevallen in het vliegtuig – en Dweezel hebben nog niet zó heel lang geleden enkele jaren samen gespeeld in een andere band. In die illustere tijd leerde Dweezel Nr2 kennen als zangeres van die groep, met alle gevolgen vandien. Eén van die gevolgen was dat we de groep moesten verlaten: Nr2 werd aan de deur gezet en Dweezel, toen relationeel verbonden met haar, was collateral damage. Misschien maar best ook, want als ik zou gebleven zijn, zou mijn leven thuis nog minder veilig geweest zijn. Edoch (ik vind dat zo’n maf woord), toen De Toetsenist vernam dat Dweezel eindelijk de stap had genomen om Nr2 te laten verwijderen uit zijn leven, vroeg hij aan Dweezel of die het zag zitten om een nieuwe groep te starten. Vaneigens. Twee broers, ooit de meest begeerde vrijgezellen van Sin City (volgens insiders is dat naar het schijnt Zottegem), werden onder de arm genomen om De Groep te vervolledigen. Twee broers, de ene De Zanger/Gitarist, de andere De Drummer. Dat was ongeveer op de kop af twee jaar geleden.

We zijn allemaal tussen de dertig en de veertig (nog effekens), Dweezel is de enige die “in een relatie” zit, de andere drie zijn getrouwd. We hebben ons allemaal al vermenigvuldigd en in totaal telt de offspring zo’n acht kinderen (ik weiger te schrijven “kids”). Kortom, we zijn allemaal gelukkig en alle nummers gaan toch, zoals het hoort, over the L-word en de neveneffecten er van.

De nummers worden ook, op enkele na, allemaal geschreven, eerder gespuid, door De Zanger/Gitarist en waar hij het haalt weet niemand – ik beeld me in dat hij ‘s nachts, terwijl zijn wederhelft compleet afgepeigerd ligt te slapen, opstaat, in een donker hol onder de grond kruipt met zijn gitaar en denkt aan alle jonge maagden uit Sin City en wijde omstreken die de revue zijn gepasseerd in een ver vervlogen verleden. Nog genoeg voer voor honderd songs :)

De Toetsenist, notoir single malt kenner, gebruikt zijn vingers ook nog voor iets anders dan jobgewijs in andermans orifices te koteren: hij beroert de toetsen met heel veel liefde en produceert af en toe riedels die ook uitgroeien tot songs. Waarschijnlijk in dezelfde omstandigheden, ondergronds in een hol, denkend aan de jonge maagden die hij niet heeft gehad, want hij is al samen met zijn eega sinds mensenheugenis en op onze leeftijd reikt dat niet verder dan twintig jaar.

En dan hebben we natuurlijk De Drummer: volgens de mening van alle vrouwen en ook voor Het Lief, “ne wree schone vent”. Wat er in zijn hoofd omgaat, daar hebben we allemaal het raden naar, maar ik denk dat alle maagden die zijn broer, De Zanger/Gitarist, zijn gepasseerd, eerst een pitstop bij hem hebben gemaakt. Hij mept op zijn drum met overgave en samen met hem vormt Dweezel de ritmesectie.

We repeteren één keer per week (als er een optreden nadert, zoals nu, wordt er twee keer gerepeteerd in de voorafgaande weken) in een kamer boven een heel berucht café in de omgeving van Sin City en worden gedurende de hele repetitie ten gepasten tijde voorzien van drank door een lokale fan, onze Road Manager genoemd. Soms ook wel een fles rhum, enkele glazen en cola, maar over het algemeen gewoon bier (daar worden ook blonde Leffe en Duvel bij gerekend). Vermits Dweezel nog een eind moet rijden is hij vroeger weg dan de rest na de repetitie, maar soms – zo wordt er wel eens gefluisterd – gaan de andere drie bijna kruipend naar huis. Verantwoordelijke huisvaders als we zijn, stopt daar echter het rock’n’roll gehalte :)

Naar analogie met een oud nummer van de Peppers op de CD “The Uplift Mofo Party Plan”: “Me and My Friends”… De Toetsenist kende ik al langer en samen met De Zanger/Gitarist en De Drummer, zijn het de leukste, plezantste, integerste, meest boeiende en beste vrienden die een mens zich wensen kan. En we maken muziek. Zoals De Zanger/Gitarist het gisteren nog zei: “99% van mijn leven bestaat uit dingen die ik moet doen, 1% uit dingen die ik wil doen”. Ik neem aan dat De Groep behoort tot die ene procent en dat geldt voor ons alle vier.

Door het vuur, zeg ik u, door het vuur ga ik voor die mannen. Maar bassist zijn is ook al wijs en doet minder zeer :)

Dat ze wakker zijn

maart 5, 2009

En lap! ze zijn terug, jawel, Dweezel en zijn hond. Enkele losse flodders…

Enkele maanden echt volledig geen zin gehad om te bloggen, maar ik heb mij zonet een deuk ge-enerveerd bij het lezen van een blog waarin élke zin, ik zweer het u, op z’n minst twee verkleinwoorden bevat. Zeetjes, zonnetjes, blogjes, centjes, badjes à volonté… I just don’t get it. Dat iemand in het dagelijkse taalgebruik af en toe verkleinwoorden gebruikt om effectief iets kleins te benoemen of als teken van affectie, natuurlijk, wie doet dat niet, maar deze blogger moet bij het herlezen van zijn schrijfsels toch op zijn minst nattigheid voelen? Tenzij hij natuurlijk overvallen wordt door affectie voor de zon, de zee, zijn blog, zijn geld en zijn bad, want dan zou ik het, als ik veel moeite doe, nog begrijpen. Het is natuurlijk ongetwijfeld een lieve man, maar ik kan en wil me de stroperigheid niet voorstellen die thuis, binnen die relatie, heerst. Het heeft, maar dat is mijn gedacht, iets afstotelijk.

Soit. Dweezel en The Dog zijn de afgelopen maanden druk in de weer geweest met feesten, Het Lief, de scheiding van Nr2, Dweezel Junior en vooral genieten van zijn ondertussen al acht maanden durende geluk. Feestjes, het liefje, het scheidingetje van Nr2′tje… Naah, het gaat me echt niet af. Sinds kort voer ik Dweezel Junior tot zijn groot contentement zelf naar school en ontlast ik Dweezel Senior op die manier een beetje, gebruik ik de bedrijfswagen enkel om naar het station te rijden en ga ik werken met trein en metro, eveneens betaald door de werkgever. Het is ook een jungle, maar op die manier spaar ik meer dan twee uur per dag uit en kan ik eindelijk terug wat lezen. Geen hoogstaande literatuur, eerder junkfood for the brain, maar dat het deugd doet, is een feit.

De toetsenist van onze groep, in zijn vrije tijd professor in het UZ Gent ;) heeft vorige week op een vlucht naar Orlando een vrouw helpen bevallen op enkele duizenden meter hoog. Een heel nieuwe betekenis voor de Mile High Club: in plaats van te vogelen, bevallen. Hij stond in alle kranten, a glorious moment of fame, terwijl we eigenlijk eerder dat ogenblik wilden verwerven met de groep. ‘t Is een begin natuurlijk en zou een leuke topic kunnen zijn in onze bio.

Dit was een opwarmerTJE, ik zal een poging doen om mijn blogJE te vullen met regelmatige postJES in dit jaartJE 2009. Veel lieve groetJES van DweezelTJE en zijn hondJE. Fuck, that really sucks! :)

Cabin Fever – Part I

december 16, 2008

Een paar jaar geleden gingen Dweezel en The Dog naar Senegal met Nr2. Het enige noemenswaardige feit dat over Nr2 in deze context kan gezegd worden, is dat ze een jaar eerder naar dezelfde plek was geweest en daar een maand een – wat zij noemt – “relatie” had gehad met a local, die achteraf bleek hetzelfde gehad te hebben met één vrouw uit elke nieuwe batch toeristen die landden in zijn dorp. Wreed toffe peer, die local, verderop “M” genoemd. Groot was de consternatie bij Nr2 toen hij zijn foto’s toonde van al die veroveringen – haar wereld verging, want ze was er rotsvast van overtuigd dat hij zou hebben gewacht op en gesmacht naar haar. Ik zeg het u, begin nooit iets met een actrice, want ze denken en willen dat alle ex-lieven blijven smachten naar hen, ook in het bijzijn van een nieuw lief, in casu Dweezel en The Dog. Point is dat ik meeging naar Senegal, tout court, omdat ik nog nooit in Afrika was geweest en er wel eens wou heengaan. De bestemming was Toubacouta, een gehucht dat ooit breed is uitgesmeerd op de televisie met nog zo’n ego-del uit ons Vlaamse landschap, ene G.L. So, Nr2 is obsolete from now on en “wij” en “ons” in hetgeen volgt slaan op Dweezel en The Dog, die overigens, voor alle duidelijkheid, evenmin nog smachten naar Nr2.

Op het vliegtuig naar Senegal zie je drie groepen mensen. Een eerste groep is die van de backpackers en de gezinnen, een tweede groep is die van de Senegalezen die terugkeren naar huis en een derde groep is die van vrouwen van middelbare en hogere leeftijd die vers-le-sud-gewijs naar Senegal trekken. They don’t eat meat but they sure like the bone, if you catch my drift. Het is maar een dikke vijf uur vliegen vooraleer je landt in Dakar en je stapt, net als in de goeie ouwe tijd, via een trap uit het vliegtuig recht op de tarmac. En die tarmac is heet, bloedheet. Afhankelijk van het seizoen kom je in kurkdroge of in extreem vochtige lucht terecht – denk in het laatste geval aan een bezoek aan uw ultramoderne stoomoven. Ik heb er geen, maar het voelde wel zo aan.

Het contrast tussen de verlaten luchthaven, binnen, en het tumult, buiten, is enorm. Honderden taxi’s staan te wachten terwijl de chauffeurs al het mogelijke doen om uw aandacht letterlijk te trekken: je armen, benen en rugzak vallen eraan ten prooi. Dweezel en The Dog hadden geluk en eindigden in een verwoede onderhandeling met slechts vijf chauffeurs waarvan één ons voor twee euro bracht naar centrum Dakar, waar er een nacht diende overnacht te worden. U heeft ongetwijfeld ook een hekel aan muggen? Wel, ik heb de gewoonte om met één arm boven het deken te slapen en die arm was ‘s ochtends quasi opgegeten. Meer dan honderd muggenbeten, ik heb ze geteld, maar dat was echter triviaal in vergelijking met hetgeen me nog te wachten stond…

De volgende ochtend, na ons ondergedompeld te hebben in een bad anti-muggencrêmes van allerlei soorten, stond M te wachten aan de deur van het hotel om samen met ons naar zijn geboortedorp Toubacouta te gaan. Met de “taxi brousse”. Ik kon me daar wel iets bij voorstellen, namelijk een taxi die los doorheen de brousse rijdt, maar de term “taxi” was een beetje overschat. Beeld u in: een plein van enkele voetbalvelden groot, vól met “auto’s” en “bussen”, badend in een stofwolk in de vlakke zon, bezaaid met roepende chauffeurs, vol bonte kleuren van de locals en daartussenin, af en toe, een paar melkwitte toeristen met de rugzak krampachtig vastgeklemd voor hun buik. Tot die laatste groep behoorde ik weldra ook, op aanraden van M, die zich, alsof hij een pad volgde, kordaat een weg baande doorheen de massa. Ik zag geen pad en had heel veel moeite om M te volgen die af en toe op zijn stappen moest terugkeren om één of enkele chauffeur(s) van mij weg te slaan. Uiteindelijk werd een kennis van een kennis van de familie gevonden, taxichauffeur van beroep, in het trotse bezit van een Ford Taunus. Ruiten? Nope, wel een voorruit. Zetels? Nope, stukken moes. Koffer? Nope, dat waren ook zitplaatsen. Deurklinken? Nope, koorden hielden de deuren dicht. Andere attributen die men normaal vindt op auto’s? Nope. Later bleek ook dat schokdempers onbestaande waren en dat de taxi pas rendabel was vanaf zeven passagiers, dus, u raadt het al, we zaten er met negen in. Bagage anderhalve meter hoog op het dak, een ghettoblaster – hangend aan touwen – met Youssou Ndour loeiend hard en hup, wijle weg, voor een zes uur durende rit. Na het eerste half uur ben je half dood en voel je je kop niet meer tegen het dak knallen bij elke put in de, euh, baan. Na zes uur voel je niks meer, zelfs niet het zand in je mond en je keel. Je moet dat eens ervaren, echt. Het enig blijvend trauma is Youssou Ndour – he can stick his million voices where the sun doesn’t shine.

Weldra in deze blog: Part II, over het verschil tussen hutten en hutten, over tandontstekingen en apothekers, colgate en thee, schapen en wat je er zoal mee kan doen.

Dure van buiten

december 15, 2008

Zoals zapnimf een tijdje geleden in één van haar comments bemerkte, jawel, ik ben zo een dure van buiten, ‘t is te zeggen een externe. Zo’n konijn dat springen moet als ze intern geen slachtoffers vinden om een bepaalde functie uit te oefenen, een consultant die wordt verhuurd door mijn werkgever. Een soort leasingkonijn, they say jump and I say how high gedurende drie maanden, zes maanden, een jaar, maakt niet uit.

Eén van de nadelen van zo’n job uit te oefenen is dat er nauwkeurig moet gelaveerd worden tussen dones and not dones in de consultantwereld. Zo moet je bijvoorbeeld de naam van je eigen werkgever hoog dragen en mag je geen interne mish mash van daaruit laten overvloeien naar je tijdelijke werkgever, terwijl je bij je tijdelijke werkgever indien mogelijk vacatures moet vinden om eigen consultant-collega’s binnen te halen. Dat gaat op zich vrij gemakkelijk, op voorwaarde dat de relatie met je tijdelijke werkgever optimaal is. In mijn geval was dat zo tot een maand of drie geleden, toen er hier iets gebeurde dat als tijdelijke werkgever eigenlijk not done is: vragen of ondergetekende eventueel zou interesse hebben om vast op de payroll te komen, met vijfhonderd neuro’s opslag en een nog dikkere voiture. Gevolgd door de vraag om dat niet te zeggen aan mijn eigen werkgever.

Ja hallo, ‘t zal wel wezen zeker. Niets zeggen aan mijn werkgever? Ik ben nogal wreed loyaal naar mijn werkgever toe, want die hebben in mij geloofd op een ogenblik dat ik dat zelf niet deed, dus ik heb de volgende dag in geuren en kleuren verteld welk voorstel ik had gekregen en, vaneigens, dat het mij geen ene zak interesseerde om vast op de payroll te komen bij mijn tijdelijke werkgever, hoe aanlokkelijk het voorstel ook was. De job an sich interesseert me niet, het complete scheef lopen van de communicatie ligt me niet, het tempo waar dingen mee vooruit gaan is veel te traag en of je nu drie uur in de file zit in een dikke voiture of in een obese voiture maakt geen verschil. Gevolg: mijn werkgever is geen appeltje gaan schillen, neen, maar een hele appelboom gaan vellen met mijn tijdelijke werkgever. Gevolg daarvan: Dweezel en The Dog worden door zekere individuen binnen de tijdelijke werkgever serieus tegengewerkt. “Aaah ge wilt hier niet vast komen werken? Awel, dan zullen we uw laatste maanden serieus lastig maken.”

En dàt, beste mensen, is één van de vele voordelen van consultant zijn: die tegenwerking raakt mijn kouwe kleren niet, want eind januari ben ik hier schuif, op naar een nieuw bedrijf met nieuwe horizonten. Het eerste interview is achter de rug en was steengoed, nu nog met het absolute opperhoofd daar gaan babbelen en dan wordt de beslissing genomen. Die job zou mij wel eens op het vege lijf kunnen geschreven zijn: ik ben zo het soort mens dat iets kent over veel, maar niet veel over één specifiek iets. Een generalist als het ware en dat heeft me lange tijd gefrustreerd, maar nu zou ik in een job vallen waar ik proof of concepts mag doen, dingen uitvissen, ditjes en datjes onderzoeken tot op het punt dat de specialisten het kunnen overnemen. Ik moet dus de voorzet geven en anderen mogen de goal maken. I like. Waarom? ICT is een saaie wereld en in die wereld kan ik me niet lang op hetzelfde concentreren. Allez, ik kan dat wel, maar als het moet dan is het tegen mijn zin. In een vorig leven heb ik eens enkele maanden in een R&D cel gezeten en dat waren de leukste job-maanden in mijn carrière. En die nieuwe job, wel, dat is voor lange termijn, dus Dweezel en The Dog zien dat zwaar zitten. Het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten en goed en wel dood is, I know, de kogel heeft de kerk nog niet volledig aan gruzelmenten geschoten, maar het is alleszins wel leuk om naar uit te kijken. En het is niet in Brussel, oh my god :)

Geek affinity?

december 4, 2008

Misschien pas ik echt wel niet in de professionele wereld waarin ik vertoef… The Dog alleszins niet, zoveel is zeker, maar nu begint Dweezel toch ook hard te twijfelen. How come? Door het bekijken van het filmpje van het laatste bedrijfsevent. Eén van de onderdelen was, per groep van tien, de eerste salsa pasjes aan te leren. De geeks waarmee de IT-wereld is bezaaid gaan, natuurlijk, in pak en das naar zo’n feest (uitzondering: ondergetekende), zijn netjes kortgeknipt (uitzondering: ondergetekende) en gedragen zich o zo professioneel (uitzondering: ondergetekende). Ziet u het al voor u? Zo’n bende en salsa? Op zich een leuke challenge natuurlijk met compleet ritmegestoorde mannen en zéker als het slachtoffer dat ons die pasjes moest aanleren een, euh, welgevormde jonge vrouw bleek te zijn, gekleed in een weinig verhullend niemendalletje. Onnozel gegiechel troef en op dat filmpje zijn alle blikken duidelijk gefocust op iets helemaal anders dan de pasjes. Héél professioneel… en de vrouw in kwestie was hét onderwerp van de rest van de avond in bewoordingen die, euh, niet van de poes waren. Ik krijg dan steevast zo’n wrang gevoel, zoiets van “kunnen die nu echt over niks anders praten dan over hun werk of over mooie vrouwen”? Nu, als je op het jaarlijks bedrijfsfeest bent mét partner, kan je sommige van die mannen wel begrijpen, maar toch… Ongetwijfeld zijn ze stuk voor stuk goed in hun job, daar niet van, maar daarbuiten merk je geen spatje empathie, charme, respect of originaliteit op. O ja, Dweezel en The Dog moesten daar ook bas spelen en de eerste vijf vragen er na waren allemaal variatie op: “uw gitaar heeft maar vier snaren, dat zijn er normaal gezien toch meer? Of was ‘t één van in de solden?” Woehahahaha, lachen geblazen! Dweezel, rustig, antwoordde dan elke keer dat hij al blij was dat sommigen wisten dat het een soort gitaar was en dat een ‘gewone’ gitaar meer snaren heeft dan vier. Dé joke van de avond, dat en het feit dat ik was ingedeeld bij het roze team. Ik werd gebombardeerd tot gitaar-met-vier-snaren-spelende-homo, door quasi iedereen als grap bedoeld, maar door één complete etter niet. Te pas en ten onpas moest hij daar mee op de proppen komen, tot absoluut vervelens toe. Surreëel, die avond: een ‘gewone’ bas heeft vier snaren, ik ben een oer-hetero, ik heb in mijn vriendenkring enkele echte homo’s – zelfs het cliché type – en ik zit daar in een bende van ongeveer veertig geeks waar ik geen enkele, maar dan ook geen enkele affiniteit mee heb. Het was alsof ik er niet was, het was alsof ik keek naar mezelf van ergens anders, way up cloud nine, maar The Dog gromde dat het een lieve lust was…

Let op, ik scheer niet alle IT-ers over dezelfde kam, helemaal niet. Ik heb enkele vrienden uit die wereld die wél een mening hebben, die wél kunnen schrijven (bijvoorbeeld het proza van Coltrui) en niet over niks anders dan hun werk of vrouwen kunnen praten. Zij beheersen de kunst van in die wereld te vertoeven en zich niet te enerveren in de complete oppervlakkigheid en de onbestaande emotionele quotiënten van de mede-bewoners. Zij doen hun job bovendien graag en daar heb ik alle respect voor. Misschien ben ik gewoon te moeilijk? Of misschien ben ik wel de etter? Op elk nieuw intake gesprek bij elk nieuw bedrijf kan ik me verkopen als de beste, praat ik hun taal en draag ik een pak en een das en steevast, eens ik een maand in die nieuwe functie zit, vraag ik me af waarom ik me die job nu weer heb ingezwanst want het interesseert me, in se, geen flikker. It’s a job, het is goed betaald, ik heb een dikke voiture, ja. Het échte leven en echte voldoening heb ik elders gevonden en ik denk dat professionele voldoening me altijd vreemd zal blijven zolang ik in dezelfde branche blijf werken.

It could be worse, right? Eigenlijk ben ik intens gelukkig en bezorgt thuiskomen bij Het Lief mij een instant cloud ten ervaring. Dàt, beste mensen, doet al mijn frustraties over banaliteiten zoals mijn werk, verdwijnen als sneeuw voor de zon en ik smelt met veel plezier mee.

Om het met Chic (die van Le Freak) te zeggen: “yawza, yawza, yawza“. :)

Happy days

november 21, 2008

Voorwaar, het is een blijde dag. De advocate heeft gisteren laten weten dat de wettelijke scheiding met Nr2 een feit is en dat ze naar het gevraagde onderhoudsgeld kan fluiten. Ho ho ho and (yet another) bottle o’ rhum! Eigenlijk wel straf, een huwelijk van elf maanden, op mijn kosten geleefd, Dweezel and The Dog compleet murw geterroriseerd, geen kinderen en dan nog onderhoudsgeld vragen omdat haar ‘levensstandaard is gedaald’. Yeah, right. Sommige mensen hebben toch echt lef. Nu gaat het dossier naar de notaris en dan weet ik hoeveel ze eist en krijgt voor het huis, een huis dat ik heb gehuurd in ’95, gekocht in ’97, verbouwd in 2001 en ingekocht van Nr1 in 2003. Nr2 heeft er elf maanden gewoond, van begin 2006 tot begin 2007 – wat, denkt u, is fair? Hoeveel moet ze krijgen?

Het Lief heeft gepraat over een (leeg) aquarium dat ze nog ergens heeft staan en dat moet verhuisd worden. Een makkie? No way, het is een aquarium ter grootte van – hou u vast – een uit de kluiten gewassen ligbad en weegt ook een pak meer. Dweezel Junior heeft dat vaneigens gehoord en wil nu al vissen gaan kopen tegen dat het ding er staat. “Waar moeten ze dan voorlopig leven?” wordt natuurlijk beantwoord met “In ons bad natuurlijk, papa”. Alle uitleg over de noodzaak aan waterfilters en zuurstofpompkes wordt natuurlijk beantwoord met “Waarom?”. Kortom, eindeloze uitleg voor het slapen gaan.

Vermits het een blijde dag is, willen zowel Dweezel als The Dog nog even vermelden dat ze de afgelopen vijf maanden ongelooflijk gelukkig lopen en er wordt heel voorzichtig gedacht en gesproken over een eventueel samenhokken met Het Lief. Dweezel en The Dog en Dweezel Junior kijken daar heel erg naar uit. De hond en de katten ook. Dweezel Senior ook. Als het zover komt, zullen de gezamenlijke zuchten van opluchting een heuse windhoos zijn denk ik. En, voor alle duidelijkheid, mocht ik alles opnieuw moeten ondergaan om te komen tot op dit punt, ik zou er zonder aarzelen voor tekenen. Life begins at forty? Wel, in mijn geval mag het gerust een jaartje te vroeg beginnen :)

Wit kolleke voor kerst? Naah!

november 18, 2008

Ha! Al die eensgezinde reacties op onze vorige post! Wreed plezant vinden we dat.

Koud. Miezeren. File. Het was weer van dat deze ochtend. Achter mij een asshole met een blauw gestreept hemd met zo’n effen wit kolleke: ik weet niet wat u daarvan vindt, maar ik vind dat dus – om het deftig uit te drukken – serieus fout. En hij had een donkere zonnebril aan, om 7u54. In welke tijdzone hij leefde weet ik niet, maar in de onze was het wel degelijk nog donker. En plakken in mijn gat dat het geen naam had, in de file net voor Aalst. Stripsgewijs zou een mens daar binnensmonds wel eens “whoeah” en “eek” bij kunnen uitslaken, niet? Het derde baanvak waarop ik zat stond stil, het middenste baanvak ging aan vijf per uur vooruit, dus de asshole voegt in op dat middenste baanvak (tot grote ergernis en opgestoken vinger van een motorrijder die hij bijna meehad) en haalt mij stapvoets in, eveneens dezelfde vinger woest naar mij opstekend. Een minzame glimlach van Dweezel. The Dog opende de middenconsole, zette zelf zijn zonnebril op en gaf een grootte van ongeveer twee centimeter weer tussen duim en wijsvinger. Het wit kolleke begreep het onmiddellijk en toen ging het derde baanvak weer vooruit.

Nog vijf weken en Dweezel en The Dog hebben kerstverlof. Twee weken, jawel, ook al staan we geen van beide in het onderwijs. Voor het eerst sinds jaren, twee volle weken en ik heb zowaar zelfs zin in kerstmarkten en de alom bekende, gevreesde of geliefde kerstsfeer :) Dweezel Junior is nu en dan thuis, maar kerst en nieuw viert hij bij zijn mama omdat daar veel meer kinderen zijn en dat is dus voor hem veel plezanter. Sommige gescheiden ouders vechten voor dood om hun kind(eren) bij zich te hebben voor kerst en/of nieuw, zonder te denken aan het (de) kind(eren) in kwestie… Dweezel Junior zou zich ook wel amuseren bij Het Lief en Dweezel en The Dog, maar bij zijn mama zijn er de twee kinderen van de nieuwe man (nu ja, ‘nieuw’ is ondertussen wel nogal relatief geworden), mama’s eigen nieuwe dochtertje (halfzusje dus voor Dweezel Junior) en misschien zelfs de tante met twee spruiten. Wat zou ik dan in godsnaam gaan zielig doen dat hij niet bij mij is? Geen enkele reden toe, da’s mijn gedacht, ik ben blij voor hem en hij krijgt zijn sint-, zijn verjaardags-, zijn kerst- en nieuwjaarscadeautjes dan wel als het past. Dure maand!

Ik ben content dat zapnimf weer de pen, allez, het toetsenbord heeft opgenomen :) Het was daar veel te stil, veel te lang. Ongetwijfeld zal dat hier ook zo zijn in het kerstverlof :)

Eros en logos: Fenomeen gevolgen

november 7, 2008

Het is toch jammer, sommige dingen die Dweezel en The Dog lezen op blogs her en der. Single vrouwen en mannen die daten en, jawel, nu en dan iemand tege het vege lijf lopen waarmee het bijzonder goed klikt. En dan? Dan worden complete posts gewijd aan de twijfel, het eeuwige gevecht tussen ratio en eros, verstand en gevoel. Een veelvuldig gebruikt woord is “voorzichtigheid” en de factor die tot twijfelen aanzet is steevast “niet écht fysiek aangetrokken zijn, geen coup de foudre, geen liefde op het eerste zicht”. Dweezel en zeker The Dog zouden nooit pretenderen iets zinnigs over relaties – of prille relaties – te kunnen zeggen, maar het minste dat ze kunnen doen is putten uit eigen ervaringen en een eigen mening spuien overgoten met die dikke saus der maturiteit, de vettige jus van “het ouder worden en dus, misschien, wijzer”. Yeah.

Zoals u weet, beste lezer, hebben Dweezel en The Dog wel wat gedate door middel van Het Fenomeen en ze hebben het relatieve geluk gehad steevast met mooie vrouwen te daten. “Mooi” in de zin van “lustopwekkend”: mooi gebouwd, mooi gezicht enzovoort en zo verder, de dingen waar mannen veelal op letten. Vrouwen waarop men dus op een eerste date zou kunnen verliefd worden, puur lijfelijk. Noch Dweezel, noch The Dog deden dat, wat niet wil zeggen dat de gedachte “lekker ding” niet door hun respectievelijke hoofden speelde en eventuele verdere activiteiten nu en dan niet werden afgeslagen. Edoch! Verliefd worden Dweezel en The Dog zelden snel en daar waar vroeger het uiterlijk een enorme rol speelde, speelt nu veel meer de “vrouw achter al dat moois” de hoofdrol. Akkoord, ik prijs mezelf natuurlijk gelukkig dat Het Lief een fantastisch mooie vrouw is vanbuiten en vanbinnen (en zoiets is natuurlijk subjectief), maar zelfs als ze minder mooi zou zijn, zou ik er nog voor gevallen zijn. Even zwaar. Want het “klikt” zoals het hoort te klikken en op de leeftijd van 39 jaar is dàt hetgeen telt, niet of ze al dan niet een lekker dier is.

Er wordt verschrikkelijk getwijfeld in de datende wereld, iedereen lijkt wel op zoek naar de prins op het witte paard of de prinses in de gouden koets. Er wordt ondermeer gelet op zaken zoals “is hij/zij mijn type wel”… Type? Huh? Dweezel en The Dog hebben dat niet, een “type” vrouw op het zo gevreesde en gekeurde uiterlijke vlak. Als ik dan lees dat sommige bloggers zozeer beginnen twijfelen dat elke kans op voorhand eigenlijk al doodbloedt, dan vind ik dat ongelooflijke zonde. Natuurlijk is er altijd wel ergens twijfel, in grotere of kleinere mate, maar met een zelfde toekomstvisie, een portie humor en een klik, kom je al een heel eind. Not all that glitters is gold is een waarheid als een koe. Als bovendien de twijfels gevoed worden door “ervaringen” uit het verleden en dat dus daarom het heden geen kans gegeven wordt, dan vind ik dat nog erger. Iedereen heeft zijn trauma’s en complexen, maar als die niet van een levensverwoestende aard zijn, dan gaat het erom hoe je er mee omgaat en persoonlijk zou ik ze nooit toestaan een potentieel geluk in de weg te staan.

En dan is er nog al die zever van “verliefdheid is een chemisch proces dat na 7 maanden sowieso gedaan is”. Could be, is misschien wel waar, maar verliefdheid cultiveer je zélf. In iedereen is er wel iets waarop je verliefd kan worden als je wil, maar dit kan natuurlijk ook ongelooflijke zever zijn. Ja, alles is biochemie en is genetisch sinds duizenden jaren bepaald, iedereen zoekt instinctief naar een partner die een goeie vader/moeder zou zijn voor de kinderen… Hallo? De tijden zijn wél veranderd in vergelijking met de tijden van leven van de jacht en de visvangst. Waar toen de mannelijke holbewoners gezellig mammoeten gingen jagen, de vrouwelijke de grot wat proper hielden en het Blue Velvet-credo “I’ll fuck anything that moves” hoog in het holbewonersinstinct zat gebakken, is ondertussen geëvolueerd naar “ik wil complete liefde op het eerste zicht” én “ik wil een man/vrouw met ambitie” én “ik wil een man/vrouw met een carrière”. Dat is één verlangen op basis van gevoel en twee verlangens op basis van ratio. Als er dan zwanger geworden wordt, dan wordt dat verlangenspatroon compleet overhoop gehaald. Sommigen kunnen daarmee om, anderen niet en het zijn veelal zij die er niet mee omkunnen, die scheiden. Kinderen en bouwen zijn in onze tijden dé redenen om te scheiden, terwijl ze vroeger veelal garant stonden voor zekerheid en stabiliteit… In de kantlijn even vermelden dat Dweezel en The Dog Dweezel Junior hebben gekregen in hetzelfde jaar dat ze hebben verbouwd, go figure :)

Wat zijn de ambities en verlangens van Dweezel? Een warm nest, een trouwe partner en nog wat extra trippelende voetjes van Dweezel-en-Het-Lief-Juniorkes. Ambities en verlangens van The Dog? Zie mij graag en fuck me senseless. Die twee samen vertalen zich in een een verlangen naar een stabiele, leuke, gezonde, heden- en toekomstgerichte relatie. Mijn carrière is bijzaak en dient enkel om op een comfortabele manier te kunnen leven. Ik heb dat op sommige dates gezegd en af en toe was de date om de één of andere reden plotseling gedaan ;) Enneuh, de eerste die voor mij gekozen heeft omwille van het feit dat ik een huis had én een carrière én geld was Nr2 en u kan in eerdere posts lezen hoe dat is geëindigd. Het Lief is niet weg gelopen, ze is gebleven :)

Mijn heel persoonlijke mening is dat vanaf een zekere leeftijd een goeie “klik” genoeg is om een eventuele relatie een heel grote kans te geven en vroegere ervaringen in de eerste weken of maanden geen rol te laten spelen. De “klik” is voor mij een combinatie van logos en eros, een duo dat iedereen in zich heeft: hoe jonger je bent, hoe meer eros doorweegt, hoe ouder je wordt, hoe meer logos de kop opsteekt. Tegen sommigen zou ik graag Nike-gewijs zeggen: don’t think, just do it. Ook al had ik beter wat meer gedacht enkele jaren geleden ;)

A few hours of bitfucking

oktober 30, 2008

Snif, snotter, snuit! Aaaaa…aaaa….aaaatsjoem! Pweuuuut! Dweezel en The Dog hebben een valling en zitten allebei nog op het werk alwaar er straks om 22u een interventie moet gebeuren. Morgen om 9u wordt er dan gezellig vergaderd over die interventie, dus veel meer dan 4u slaap zal er weer niet in zitten vannacht. Anderzijds betekent dat wel dat ik – zeer tegen mijn zin en absoluut niet mijn gewoonte – in oktober 48 overuren heb gepresteerd (toch de overuren die ik verkies in te brengen). Voor velen onder u is dat misschien de gewoonste zaak ter wereld, awel, voor ondergetekende absoluut niet: ik heb een aangeboren aversie voor opstaan en werken en al zeker voor opstaan om te gaan werken. Overuren kloppen is absoluut niet aan mij besteed, maar anderzijds kan het grote voordeel van 6 dagen verlof extra bijeen te scharen ook wel tellen natuurlijk. Als ik zou kunnen kiezen, dan zou ik echter veel liever seffens tegen Het Lief gaan aanschurken, een Duvel in de ene hand en een sigaret in de andere. Nu zal ik dus maar wat aanschurken tegen de drie 19″ schermen voor mijn neus en ondertussen bellen met de workbench in Tsjechië. Van Duvel helaas geen sprake, dat zit hier niet in de automaten. Hetgeen op koffie lijkt, zal moeten volstaan.

De enige andere aanwezige hier is een consultant uit Luxemburg en die zit aan de andere kant van dit toch wel grote gebouw. Ah ja, de kuisploeg is er ook. De enige andere geluidsfactor is het constante gezoem van de klimaatregeling en af en toe brandweer- en/of ziekenwagensirenes buiten op de kleine ring. Met een kop vol snot in zo’n omgeving zitten, lijkt soms surreëel: het geluid wordt precies gefilterd door al het snot, het licht is net te fel voor de gevoelige ogen en de planten lijken onnatuurlijk groen. Een andere planeet als het ware. Don’t wanna be here, but I am.

Ondanks die aangeboren aversie ben ik geen langharig werkschuw tuig: ik kan mateloos genieten van een plateauke te gieten, een dak te isoleren, een zoldervloer te leggen en wat weet ik nog al meer. Ook nadenken over verschillende invalshoeken, scenario’s en pistes om het één of ander probleem aan te pakken is een waar genot. Het is gewoon dat je op het werk te maken krijgt met zoveel oninteressante pietluttige extra factoren, dat het soms zwaar tegensteekt.

“Due to unexpected exponential growth of the Sybase DB some segments were stored on the root of the server, out of the cluster. Extra diskspace and filesystem space has to be accomodated, after which the segments on the root of the server can be restored inside the cluster”. Ik weet wat ze zeggen, maar aangezien ik geen knijt afweet van Unix servers, zit ik hier dus enkel om de communicatie tussen de Luxemburgse consultant en de Indische consultant te ‘managen’. De Luxemburger vindt dat je met Indiërs geen zak kan aanvangen, en de Indiër lacht continu zijn witte tanden bloot omdat hij niet verstaat wat de andere zegt in het Frans. Ik zit daar dan tussenin en vertaal van het Frans naar het Engels en van het Engels naar het Frans. Gelijk de drie aapkes van horen, zien en zwijgen. Tussendoor bel ik dan nog wat naar Tsjechië om dingen te laten doen op servers in Duitsland. Multi-cultural multi-environmental communication management. “Les Indiens sont des singes, on ne peut rien faire avec”. “He thinks you’re an ape and completely obsolete” – nee, dat vertaal ik natuurlijk niet, want die Indiër is best wel een vriendelijke en heel capabele man. Nog zeven uur en ik kan naar huis – als alles goed verloopt natuurlijk. En als ik onpartijdig blijf tussen de twee bitneukers in.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.